Corpocratische wetgeving, grillige rechtspraak en het eindeloze gevecht van ir. Alfred Mol

The untouchables van de Rabo
juni 10, 2015
Het liquidatieproces en de onaantastbare kroongetuige
september 23, 2015
Show all

Introductie en een overzicht van de belangrijkste feiten

Op 8 mei 2013 schreef ik een column over de eindeloze juridische lijdensweg van ir. Alfred Mol en de daaraan (mede) ten grondslag liggende technisch-juridische incompetentie van rechters die moeten oordelen over geschillen op specifieke rechtsgebieden. Dat laatste trok mijn aandacht omdat het naar mijn overtuiging meer en meer voorkomt dat rechters moeten oordelen over zaken c.q. kwesties waarin ze totaal geen expertise hebben. Dat leidt tot eindeloze touwtrekkerij en juridische beslissingen waarop minst genomen veel valt af te dingen.

Om het geheugen even op te frissen volgen hier de belangrijkste feiten. In het geval van de heer Mol ging en gaat over een civiele procedure over de overdracht van auteursrechten op software. Die software was ontwikkeld door een team van Italiaanse wetenschappers in de periode 1968-1970. Het computerprogramma droeg de naam Spyro. Dat programma omvatte belangrijke innovatieve technieken bij de verwerking van aardoliefracties. Ook wel stoomkraken genoemd. Niet uw “cup of tea” waarschijnlijk, maar we gaan het niet over scheikunde hebben, laat staan over thermisch kraken en katalytisch kraken.

De wetenschappers waren werkzaam bij de Milanese universiteit Politecnico en er was geen sprake van een samenwerkingsverband of anderszins juridisch relevante relatie tussen de wetenschappers c.q. Polytecnico enerzijds en KTI BV, dat in 2000 in rechte opging in Technip Benelux BV. De heer Mol werkte tot 1978 bij KTI BV, maar was de gebeten hond nadat hij de leiding van het bedrijf van corruptie had beschuldigd. Vanaf 1980 ontwikkelt zich een ware heksenjacht van de zijde van KTI BV (Technip Benelux BV) en Pyrotec NV (een zustermaatschappij van KTI BV) tegen klokkenluider Mol. De ingenieur had zich inmiddels als zelfstandig adviseur gevestigd en maakte als ondernemer gebruik van de kennis die de wetenschappers destijds op het gebied van het stoomkraken hadden ontwikkeld.

Een maalstroom van procedures

Mol raakte verwikkeld in een maalstroom van procedures waarin hij (aanvankelijk) door KTI BV en Pyrotec NV werd beschuldigd van misbruik van het auteursrecht en misbruik van geheime know-how. Al op het eerste gezicht is het een raadsel waarom KTI BV zich als auteursrechthebbende opstelt omdat immers van een auteursrechtelijk gezien relevante relatie tussen de wetenschappers c.q. Polytecnio enerzijds en KTI BV anderzijds geen sprake lijkt te zijn. Maar KTI BV beweerde dat zij de rechten van Pyrotec NV had overgenomen. Vormvrij wel te verstaan. En Pyrotec NV werkte tot 1979 wel samen met Polytecnio, maar daarbij ging het slechts over feedback en marketing. En dat staat ver af van inhoudelijke wetenschappelijke samenwerking. De dochter van KTI BV heette – hoe verzin je het – Pyrotec BV. Deze BV had in 1990 een overeenkomst met een aantal van de auteursrechthebbenden gesloten. Maar niet met alle wetenschappers en dat betekent dat de claim van deze BV dat zij de auteursrechten had verworven juridisch kant noch wal raakte. In datzelfde jaar (1990) was Pyrotec NV wegens belastingfraude overigens opgedoekt. Geliquideerd heet dat wat onheilspellend.

Eenvoudig is anders, maar zo ingewikkeld is het ook weer niet. Al is expertise in deze juridische materie onontbeerlijk. De heer Mol stelde en stelt zich op het standpunt dat zijn juridische tegenstrevers geen auteursrecht hadden en dus van inbreuk op auteursrechten geen sprake kan zijn. Hij procedeert daarover nu al vanaf 1980 en we schrijven nu 2015. Een gevecht dat dus 35 jaar duurt en in die periode heeft uitgemond in meer dan 30 rechterlijke en semi-rechterlijke beslissingen.

In mijn column van 8 mei 2013 legde ik het het accent op de juridische lacunes in rechterlijke kennis van dit soort specifieke rechtsgebieden. Die hebben tot veel vertraging geleid. Maar andere factoren als (schijn van) partijdigheid en belangenverstrengeling bleven onderbelicht. Die komen nu ook in de schijnwerpers te staan. Daarbij spelen tevens recente ontwikkelingen een rol.

Schijn van partijdigheid en ondeskundigheid

Hoewel al in 2009 het EHRM de Nederlandse overheid veroordeelde omdat de behandeling van de zaak te veel tijd in beslag nam, ging het juridisch geklungel onverdroten voort. Voor de heer Mol was de maat vol, zeker nadat hij van het EHRM vernam dat zijn zaak in Straatsburg werd stil gelegd vanwege gebrek aan financiële middelen. Mol eiste schadevergoeding, maar het heeft er veel van weg dat die eis op weerstand stuitte. Wat daarvan ook zij, de Raad voor de Rechtspraak hield de boot af en ten einde raad schreef Mol een brief naar mr. E.J. Numann, raadsheer bij de Hoge Raad. Ogenschijnlijk een ongebruikelijke en zinloze exercitie, maar menselijk gesproken begrijpelijk omdat deze raadsheer van de Hoge Raad in een tijd waarin hij nog geen raadsheer was, een volgens de heer Mol bedenkelijke rol had gespeeld in het juridische schimmenspel. Hij is overigens niet de enige rechter die door Mol een kwalijke rol wordt toegedicht. In zijn schrijven noemt hij ook de namen van een aantal andere rechters.

Dat hij zijn pijlen op mr. Numann richt vindt zijn verklaring in het feit dat voornoemde Numann de rechter was die in 1994 (sic!) in kort geding de gijzeling van Mol had bevolen. Mol zou inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van KTI en in zijn hoedanigheid van ondernemer ook misbruik hebben gemaakt van geheime know-how van het computerprogramma Spyro. Het advies van gezaghebbende wetenschappers als Prof. D.W.F. Verkade, die het eigendomsrecht van KTI betwisten, wordt in de prullenmand gedeponeerd. In 1996 wordt de heer Mol aangehouden en vervolgens moest hij 128 dagen in gijzeling doorbrengen. Pas na 3 jaar procederen oordeelt het Hof dat de gijzeling “ab initio” onrechtmatig is geweest. Dat doet de vraag rijzen of de (onrechtmatige) gijzeling was bedoeld om Mol tot “inkeer” te dwingen.  Ronduit pikant is in dit verband dat Mol een klacht indient bij de Raad voor de Rechtspraak omdat het concept van het vonnis in kort geding middels een fax van een stagiaire van mr. S. de Wit (advocaat tegenpartij) op het bureau van de advocaat van de heer Mol (mr. H. Mars) terecht kwam. De Raad stelt Mol in het gelijk. Verdere consequenties heeft dat echter niet. Typisch Nederlands.

Ondertussen loopt de procedure over de zaak voort. Bij beslissing van de rechtbank d.d. 3 september 1997 en ook bij tussenarrest van het Hof van 20 september 1997 werd Mol in het ongelijk werd gesteld. Er zou sprake zijn van een vormvrije overdracht van auteursrechten van een geliquideerde onderneming. Maar na een jarenlange slepende procedure werd deze beslissing door het Hof Den Haag in september 2010 teruggedraaid (Hof Den Haag 28 september 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8795). Daarbij speelde een rapport van eerdergenoemde Prof. Verkade, een alom gerespecteerde deskundige op dit terrein, opeens wel een belangrijke rol. De claim van KTI BV dat zij de rechten van het geliquideerde Pyrotec NV vormvrij had overgenomen, werd eindelijk van tafel geveegd. Een “volte face” die echter wel tot gevolg had dat op grond van het tussenarrest ir. Mol met de bewijsopdracht werd opgezadeld en die er tevens toe leidde dat de partij die volgens het Hof de auteursrechten had verworven een procedure tegen Mol begon. Frappant is in dit verband dat de raadsheren van het Hof niet over andere stukken beschikten. Niettemin volgde een contraire uitspraak. Het toppunt van grilligheid en willekeur, zo lijkt het. Al is de burger in dit geval er toevallig bij gebaat.

In de gerelateerde procedure Technip vs. Goossens (een ex-medewerker) oordeelde het Hof Amsterdam dat er geen auteursrecht rustte op het kinetisch schema van het van het computerprogramma Spyro. Dit arrest werd voorgelegd aan de Hoge Raad. Numann was inmiddels raadsheer bij de Hoge Raad en “zat” op deze zaak. Van enige vorm van zelfreflectie is hier weinig tot niets te bespeuren. Het ademt de schijn van belangenverstrengeling. Prof. Verkade was Advocaat-Generaal. Laatstgenoemde vond dat het auteursrecht in dit kader niet relevant was. Maar de Hoge Raad oordeelde anders!! De databank met kinetische gegevens zou wel onder het auteursrecht vallen. Een opvatting die door een aantal vooraanstaande deskundigen zoals Prof. Quaedvlieg en Hugenholz fel werd gehekeld.

Ook het EHRM deed een duit in het zakje. In de Football/ Dataco zaak oordeelde het Hof dat er geen auteursrecht rust op een databank vergelijkbaar met het belangrijkste onderdeel van het programma Spyro,  te weten het kinetisch schema (een data set van 500 chemische reacties). Dat is uiteraard koren op de molen van de heer Mol, maar hij lijkt het vechten moe en denkt er over het hoofd in de schoot te leggen. Begrijpelijk na meer dan 30 jaar. Zou het zin hebben om voor de derde keer (sic!) bij de Hoge Raad aan te kloppen?

Het recht als een juridisch casino waarin de rechtszoekende bij voorbaat verliest

Wie de gang van zaken de revue laat passeren, kan zich niet of moeilijk aan de indruk onttrekken dat iemand die zoals ir. Mol in dergelijke specialistische procedures verzeild raakt, in een juridisch casino terecht komt. Maar dan wel een casino waarin de bezoeker annex rechtszoekende per definitie veel geld verspeelt en is overgeleverd aan rechters die te vaak van toeten noch blazen weten. De rechtszekerheid is ver te zoeken. En het is dan ook de hoogste tijd om hier wat aan te doen, want deze zaak staat bepaald niet op zichzelf. Er is in ons land sprake van een juridisch systeem waarin corporaties in bescherming worden genomen. We zien dit bij uitstek in het fiscale recht. Nederland is een Walhalla voor grote multinationals omdat onze fiscaal-economische wetgeving een scala van mogelijkheden biedt om de fiscus te ontduiken. O nee, te ontwijken heet het dan.

Zo’n systeem schept zijn eigen bestaansrecht. En in ons trage civil law-achtig systeem waarin de wetgever het voor het zeggen heeft, is een  dergelijke op het neo-liberale gedachtengoed berustende wetgeving niet een, twee, drie terug te draaien. We verdienen er bovendien goud geld aan. Maar rechters hebben wel degelijk een stem in het kapittel en kunnen de rechtszoekende burger in meer of mindere mate te hulp komen. Al eerder heb ik er voor gepleit dat rechters meer expertise ontwikkelen op specialistische rechtsgebieden, zoals in casu intellectuele eigendom en auteursrecht. Dan moet daarvoor wel tijd en geld zijn. En dat lijkt een utopie in een juridische targetcultuur. Mogelijk kan hierbij een vorm van co-creatie of crowdsourcing uitkomst bieden. Het komt te vaak voor dat gespecialiseerde advocaten en wetenschappers veel meer kennis in huis hebben dan de rechters die over de zaak moeten beslissen. Dat leidt tot willekeur en rechtsonzekerheid. Rechtszoekenden als Mol worden hiervan de dupe en verlaten het casino voortijdig.

Copyright@Wedzinga2015