Dossier Holloway: Boekbespreking
november 1, 2013
Herziening moordzaak Corina Bolhaar?
november 18, 2013
Show all

In de  zaak Delfi vs Estonia (Application no. 64569/09) moest het EHRM beslissen of een website (“internet news portal”) aansprakelijk was voor de in meer of mindere mate agressieve reacties van (soms) anonieme posters op die site. Waar de zaak precies over ging, is niet zo relevant, al zal ik verderop enkele details vermelden. Relevant is vooral de vraag of de website zich kon beroepen op artikel 10 EVRM, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting is verankerd. Het antwoord op die vraag is ook voor Nederland van belang, omdat het op websites maar ook in digitale edities van kranten en tijdschriften bijna schering en inslag is dat reacties een beledigende, smadelijke en infame inhoud hebben.

In januari 2006 publiceerde een website een artikel waarin de eigenaar van een “ferry” werd bekritiseerd, omdat hij het ijs tussen een aantal eilanden had opengebroken, waardoor een snelle en goedkope verbinding naar die eilanden moest worden uitgesteld. De kritiek was niet mals. Tussen de reacties waren ronduit agressieve en bedreigende postings gericht aan het adres van de eigenaar van de ferry.

In deze zaak had de eigenaar van de site (Delfi) zich goed ingedekt. Zoals te doen gebruikelijk werd de lezer gewezen op het feit dat hij aansprakelijk kon worden gehouden voor de inhoud van zijn reactie en dat bedreigende of beledigende teksten zouden worden verwijderd. Reacties waarin bepaalde vulgaire woorden voorkwamen, werden gefilterd en lezers konden de beheerder attent maken op reacties die te ver gingen. Het was niet genoeg. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, stonden er op de site reacties die ver over de schreef gingen. Vaak anoniem.

In april 2006 besloot de eigenaar van de ferry dat de maat vol was en stelde hij de site aansprakelijk. Die beriep zich uiteraard op de vrijheid van meningsuiting. Maar de rechter in Estland wees de claim toe en veroordeelde de site tot een boete van 320 euro. De hoogste rechter liet dat oordeel in stand. Vervolgens schakelde de site het EHRM in.

In een unanieme beslissing maakte het EHRM korte metten echter met de klacht. Het Hof overwoog dat in het algemeen dat het recht op privacy de staat het recht geeft om de vrijheid van meningsuiting aan grenzen te binden en dat de site dus in beginsel aansprakelijk kan zijn naar regels van nationaal recht. Cruciaal is dan wel dat de inbreuk op de uitingsvrijheid proportioneel was. Een “chilling effect” moet immers worden vermeden.

Om die laatste vraag te beantwoorden, beoordeelde het Hof a. de inhoud van de reacties b. de voorzorgsmaatregelen c. de mogelijkheid om de posters aansprakelijk te stellen d. de gevolgen van de juridische interventie voor de site (Delfi). Ik ga niet op alle punten in, maar beperkt mij tot de belangrijkste overwegingen.

Het EHRM vond dat gelet op de inhoud van het artikel te verwachten was dat er felle reacties zouden komen en tegen die achtergrond was extra voorzichtigheid geboden om de reputatieschade voor (de eigenaar van) de ferry te beperken. In dat verband rekende het Hof de klager aan dat een groot aantal reacties “not in a good time” werden verwijderd. Voorts werd overwogen dat het bijzonder moeilijk is om de identiteit van anonieme posters te achterhalen en die posters vervolgens aansprakelijk te stellen. Daarom was het praktisch om het juridisch vizier op Delfi te richten. En last but not least was de boete bepaald niet hoog. Kortom: geen ontoelaatbare inbreuk op de vrijheid van meningsuiting.

Ook Nederland kent grenzen aan de vrijheid van meningsuiting, hoewel velen dat niet schijnen te beseffen. Beledigen, smaad, laster etc. zijn strafbaar, maar de plegers die zich vaak onder een aka verschuilen worden nagenoeg ongemoeid gelaten. Google pikt het een en ander op en de schade is (vrijwel) onherstelbaar.

Het is, zo gezien, te vergelijken met de schade die kranten, tijdschriften en tv-programma’s aanrichten wanneer zij mensen publiekelijk aan de schandpaal nagelen, vaak nog voordat een rechter zich over de zaak heeft gebogen. Niet te herstellen schade waardoor levens kunnen worden verwoest. Geen hoger beroep en cassatie. Nee, trial by media kent slechts een instantie.

Kritiek mag fel zijn en een debat mag op het scherpst van de snede worden gevoerd, maar moet zakelijk blijven. Ik hoop dat de media zich meer van hun verantwoordelijkheid bewust worden en dat burgers zich niet laten afslachten. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn belangrijk, maar kennen hun grenzen. Naar mijn stellige verwachting zullen die grenzen in de toekomst worden aangescherpt en zal het recht op privacy steeds meer de boventoon gaan voeren in deze collisie van grondrechten.

Vooral op obscure websites wemelt het van de veelplegers. Aan de lopende band produceren zij de meest lasterlijke en beledigende teksten en zij zijn vaak te laf om hun echte naam te noemen. Voor de eigenaars van die sites (of hoe zij ook mogen heten) wordt het steeds meer zaak om op te passen, zeker als zij mensen toestaan anoniem op hun site te posten. Zij profiteren van de onsmakelijke en strafbare teksten van hun laffe vazallen. Het EHRM beklemtoont dat in deze zaak ook met zoveel woorden. Mooi zo!

Copyright@2013Wedzinga