EHRM stelt vragen over artikel 80a RO

EHRM stelt eisen aan motivering voorarrest
januari 23, 2019
De waarschuwing van opperrechter Breyer
mei 16, 2019
Show all

Artikel 80a RO is, cynisch genoeg, ingevoegd bij de Wet versterking cassatierechtspraak van 15 maart 2012 (Stb. 2012, 116) en in werking getreden op 1 juli 2012. Het maakt het de Hoge Raad mogelijk een cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren omdat de klager“klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft” bij het cassatieberoep of omdat de klachten “klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden”. Wat dat met “versterking” van de cassatierechtspraak te maken heeft is mij onduidelijk, zoals mij ook ontgaat waarom het woord “klaarblijkelijk” in de redactie is opgenomen. Dat laatste zet het arrest in zekere zin op losse schroeven en doet afbreuk aan het gezag van de uitspraak. En dat gezag is al niet erg hoog, al is het maar omdat er een wezenlijk verschil bestaat tussen het hebben van “onvoldoende belang” en het indienen van “klachten die tot cassatie kunnen leiden”, terwijl dat verschil niet in het arrest wordt geëxpliciteerd. Vooral dat laatste wringt. De reden waarom de ingediende klachten “klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden” ontbreekt en deze afwijzingsgrond schreeuwt dan ook bijna om nadere uitleg. De door de Hoge Raad in 2012 en 2016 gegeven overzichtsarresten voegen weinig aan duidelijkheid toe. Zakelijk weergegeven wordt overwogen dat algemene regels zich moeilijk laten formuleren en dat de bijzondere omstandigheden van het geval doorslaggevend zijn. Een regelrechte dooddoener.

De vraag is of deze “nietszeggende” wijze van afdoening, die vooral de efficiency dient, vanuit een verdragsrechtelijke en rechtsstatelijke invalshoek genoegzaam is. Artikel 13 EVRM eist namelijk een “effective remedy” en of artikel 80a RO aan dat vereiste voldoet kan in redelijkheid worden betwijfeld. Die vraag speelt vooral in gevallen waarin eerst in cassatie moet worden geoordeeld over een grief en de Hoge Raad volstaat met een schriftelijke echo van hetgeen in artikel 80a RO staat.

Het EHRM heeft op 5 maart j.l. aan de partijen vragen gesteld die m..i. dwingen tot herbezinning op artikel 80a RO. In de zaak waarop de vragen betrekking hadden werd de verdachte op 7 februari 2017 in hoger beroep bij verkort arrest veroordeeld, de dag erna stelde hij cassatie in en het verkorte arrest werd eerst elf maanden later van de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen voorzien. Dat is een forse overschrijding van de termijn van vier maanden die ervoor staat (art. 415 jo. art. 365a lid 3 Sv). Onder de vlag van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM werd (ook) hierover geklaagd in cassatie, maar op 28 augustus 2018 verklaarde de Hoge Raad met een beroep op art. 80a RO het beroep niet-ontvankelijk.

Daardoor bleef de vraag of de redelijke termijn was overschreden niet beantwoord en daar lijkt het EHRM niet a priori genoegen mee te nemen. Gevraagd wordt of er sprake was van undue delay en of de klager een “effective remedy”, zoals bedoeld in art. 13 EVRM, tot zijn beschikking had. Dat laatste is de belangrijkste vraag omdat de overschrijding van de termijn van vier maanden per definitie pas in cassatie aan de orde kon worden gesteld.

Die vragen raken de bestaansgrond van art. 80a RO en niet ondenkbaar is dat het EHRM de Hoge Raad als het ware dwingt op bepaalde grieven in te gaan en niet klakkeloos art. 80a RO toe te passen. Efficiency heeft een prijs, maar die prijs mag niet e hoog zijn. Een verdachte heeft er in het algemeen recht heb om te weten wat een rechter van zijn grieven vindt. Dat zou dan in de cassatiefase in  ieder geval gelden voor grieven die (mede) vanuit een verdragsrechtelijke invalshoek niet bij voorbaat kansloos zijn en die in feitelijke aanleg niet speelden. Het komt mij voor dat de boodschap duidelijk is. Cassatie dient een effective remedy te zijn. En door de afdoening middels artikel 80a RO blijft het antwoord op grieven in het midden hangen. Wanneer die bezwaren niet eerder konden worden opgeworpen, lijkt mij dat artikel 80a RO aan herziening toe is.

 

Copyright@Wedzinga2019