Het (in)determinisme van Van der Weele
8 oktober 2020
Show all

Niet op 5 mei 1945, maar op 15 augustus 1945 eindigt voor het Koninkrijk der Nederlanden de Tweede Wereldoorlog. Het is de dag waarop de Japanse bezetting van Nederlands-Indië eindigt. Terwijl 5 mei in het geheugen van vrijwel alle Nederlanders is grift en die dag in het teken staat van feestelijkheden, is het op 15 augustus in spreekwoordelijke zin oorverdovend stil. Slechts een handjevol mensen woont de herdenking in Den Haag bij. In de media een enkel berichtje en op het journaal een kort item. Het zegt de meeste Nederlanders niets.

Voor de Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië woonden en gebukt gingen onder de Japanse bezetting is het een meer dan bijzondere dag. Een aantal heeft zich verzameld bij het indrukwekkende Indië-monument. Doorgaans oude(re) mensen die op eerbiedwaardige wijze de plechtigheid bijwonen. Eens in de vijf jaar laat de majesteit zich zien. Leo van der Weele is thuis en herdenkt die dag in stilte. Een stilte dien meer algemene zin kenmerkend is voor de slachtoffers van de Japanse bezetting. Er wordt zelfs onderling niet of nauwelijks over die tijd gesproken. Mede daarom is het belangrijk dat Leo van der Weele er een novelle over heeft geschreven. De titel luidt: ” 15 augustus, impact van een Indische jeugd”.

Van der Weele beschrijft op sobere wijze zijn jeugdjaren. Geboren in Singapore en nadat zijn vader, die stuurman was bij de Koninklijke Pakket Maatschappij, verlof kreeg om een tijd in Nederland door te brengen, maakt hij als het ware rechtsomkeert en belandt hij als klein kind in Makassar. Daar, zo schrijft hij, beginnen zijn herinneringen. Die herinneringen bestaan in de novelle vooral uit chronologisch geordende en fragmentarische beelden. Fascinerend om te lezen welke, soms ogenschijnlijk triviale gebeurtenissen, vele jaren later beklijven en welke in vergetelheid raken. Het zijn beelden van een in meerdere opzichten bijzonder land dat al gauw door de Japanners wordt bezet en waar Leo en vele anderen van kamp naar kamp worden verkast. Soms levend in redelijke luxe, soms in benarde en tamelijk armoedige omstandigheden. Op de huid gezeten door de Japanse bezetter, aan wie een zekere wreedheid bepaald niet kan worden ontzegd.

Het moet een onuitwisbare indruk hebben gemaakt, zeker op een jong ventje als Leo. En misschien wel des te meer omdat Leo en zijn broertje verlamd raakten en vader en moeder er lange tijd niet bij waren. Wat gaat er dan door een kind heen en wat heeft dat voor gevolgen, later, nadat de bezetting is afgelopen? In de novelle laat Van der Weele, zoals hij ook al in zijn andere boeken deed, het antwoord op deze en andere vragen over aan de lezer. Hij hult zich in stilzwijgen en dat maakt de ontroering bij de lezer misschien wel des te sterker.

Ondanks dat stilzwijgen heeft het Indië een enorme indruk op hem gemaakt. Het exotische land met zijn bijzondere cultuur en natuur en de geuren, die hem tot op de dag van vandaag zijn bijgebleven. Die indruk zal, zo vermoed ik, hoofdzakelijk in latere jaren zijn gevormd. Denkend over zijn jeugd mijmert Van der Weele – ook in de novelle – over de wijze waarop de geschiedenis zijn loop heeft genomen. Het soms gewelddadige verlangen van de Indiërs naar een eigen land, de Bersiap, de politionele acties en ook de wijze waarop Leo en zijn “lotgenoten” (als ik dat woord mag gebruiken) na de oorlog door de Nederlanders werden behandeld. Nederlanders die geen oog en begrip hadden voor hun landgenoten die toch een redelijk mooie tijd moeten hebben gehad in dat paradijselijke oord. Twee werelden.

Die vervreemding moet, meen ik, hebben bijgedragen aan het stilzwijgen dat zo kenmerkend is voor de Indiëgangers. Het was vechten en overleven. Ook na 15 augustus 1945. Er wordt niet over de periode in Nederlands-Indië gepraat, ook niet onderling. Voer voor psychologen. Dat betekent uiteraard niet dat die tijd emotioneel geruisloos is voorbijgegaan. En het is dan ook niet verrassend dat Van der Weele, als hij aan het slot van zijn novelle, alles op een rijtje zet, zich een “Indische jongen” noemt.

Copyright@Wedzinga2021

Dr. mr. W. Wedzinga
Dr. mr. W. Wedzinga
(Associate) professor criminal law, former judge court of appeal