De misrekening van Moszkowicz

Holloway: Running to stand still
16 oktober 2010
Tomorrow
8 november 2010
Show all

 

Als hij zijn zin had gekregen, had mr. Moszkowicz de zaak van Wilders direct voor de Hoge Raad bepleit. Na de inderdaad (te) vergaande beslissing tot dagvaarding van het Hof Amsterdam vroeg Wilders bij monde van zijn advocaat aan de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad om een vordering tot cassatie in het belang der wet in te stellen. Moszkowicz meende dat de strafzaak tegen Wilders zich daar bij uitstek voor leende, omdat het ging om een puur juridische kwestie. Aan de oordelen van rechtbank en Hof had hij kennelijk op dat moment geen boodschap.  Maar Moszkowicz ving bot bij de Procureur-Generaal, vooral omdat de gewone juridische route nog bewandeld moest worden. Dat had hij kunnen weten, want het staat gewoon in de wet.

Wat zich vervolgens afspeelde, tart elke beschrijving. Het Openbaar Ministerie maakte het zo mogelijk nog bonter dan het Hof Amsterdam, door dezelfde zogenaamd gespecialiseerde officieren van  justitie die eerder hadden besloten de zaak te seponeren opnieuw over de zaak te laten oordelen. Hoe “onafhankelijk” en “onpartijdig” zijn deze officieren, die na ampel overleg meenden dat de uitlatingen waarvan Wilders werd beschuldigd niet strafbaar zouden zijn.  Het is bepaald niet ondenkbaar dat het Hof Amsterdam een grote mate van wantrouwen koesterde tegen het Openbaar Ministerie en daarom niet alleen inhoudelijk vergaand op de beschuldigingen in ging, maar ook de dagvaarding van Wilders beval in plaats van, zoals gebruikelijk, de vervolging.

Nadat een door Moszkowicz ingediend kansloos bezwaarschrift tegen de dagvaarding in de prullenmand belandde, werd de dagvaarding uitgebracht. Vervolgens lieten Wilders en Moszkowicz geen gelegenheid onbenut om de onpartijdigheid van de rechters op de zitting in twijfel te trekken. Een eveneens kansloos wrakingsverzoek werd door de wrakingskamer afgewezen. De rechters mochten de zaak verder behandelen. Wilders beriep zich op zijn zwijgrecht, vermoedelijk  om te voorkomen dat hij tijdens de ondervraging juridische zelfmoord pleegde en liet wijselijk in het midden welke uitlatingen hij daadwerkelijk had gedaan. Vanuit zijn gezichtspunt verstandig. 

De klagers gingen buiten hun boekje door niet alleen de vordering tot schadevergoeding toe te lichten, maar ook en bovenal zich inhoudelijk over het optreden van het Openbaar Ministerie uit te laten. Ze speelden het bovendien niet slim. Ik zou in hun plaats als argument hebben gebruikt dat de toelichting van de schade uitsluitend zin heeft wanneer een veroordeling volgt en dat daaruit redelijkerwijs mag worden afgeleid dat klagers ook het recht hebben om iets over de inhoud van de zaak naar voren te brengen. Ook deze poging zou waarschijnlijk schipbreuk hebben geleden, maar het was in ieder geval de moeite waard. Het spreekrecht van slachtoffers leent zich hier echter meer voor. Toelichting van een symbolische schadevergoeding van 1 euro kan per definitie weinig om het lijf hebben.

Het Openbaar Ministerie hulde zich bijna de hele zitting in stilzwijgen en kwam bij het requisiitoir tot het oordeel dat Wilders integraal moet worden vrijgesproken. Geen verrassing. Want Wilders heeft inderdaad geen eerlijk proces gehad. Het Openbaar Ministerie had nooit en te nimmer dezelfde officieren van justitie die eerder hadden besloten om de strafzaak te seponeren, na het bevel tot vervolging op de zaak mogen zetten. Is er nog sprake van een eerlijk proces, wanneer de rechters weliswaar geacht mogen worden onpartijdig te zijn, maar het Openbaar Ministerie een al voorgekookt standpunt herhalen. Voorgekookt vooral door de top van het Openbaar Ministerie omdat mag worden aangenomen dat een zaak als deze uitgebreid in het college van Procureurs-Generaal aan de orde zal zijn geweest. Het valt te betreuren dat de officeren niet gewraakt kunnen worden. Het zijn toch ook zogenaamd magistraten? Ze maken toch deel uit van de Rechterlijke Macht?

Om uiteraard heel andere redenen meent mr. Moszkowicz dat Wilders geen eerlijk proces heeft gehad. Uit de media begreep ik dat Moszkowicz de stelling inneemt dat Wilders al door het Hof Amsterdam is veroordeeld.  Ik kan mij hierbij iets voorstellen, maar juridisch is het kletskoek. Het Openbaar Ministerie zal zich tijdens het pleidooi moeten bedwingen om luid te applaudiseren. Zoals omgekeerd ook Moszkowicz de tranen van ontroering in de ogen moeten  zijn gesprongen, bij het requisitoir van de officieren van justitie. Welke verdachte maakt het mee dat in zijn zaak beide procespartijen een pleidooi houden? Een oneerlijker proces dan dit bestaat welhaast niet, zou men zeggen. Ondertussen merkte Wilders op dat als de rechters hem niet zouden vrijspreken, zijn niet onpartijdig en onafhankelijk zouden zijn. Schandalig!!

Zoals gebruikelijk grossiert de media weer in onjuiste en misleidende voorlichting. Prof. dr. mr. Bas de Haan, die nog nooit een wetboek heeft gezien, braakte er in het kwaliteitsprogramma Nieuwsuur louter wartaal uit en om Moszkowicz te paaien mocht deze de volgende dag opdraven om zijn verhaal nog eens kracht bij te zetten. Dezelfde Moszkowicz en enkele niet door kennis van zaken gehinderde “juridische onbenullen” werden eveneens gul onthaald in de programma’s Buitenhof en Pauw en Witteman. Politici die zich als het hen uitkomt altijd beroepen op de Trias Politica en zich niet uitlaten over een strafzaak zolang die onder de rechter is, kwamen soms woorden te kort om zich publiekelijk kritisch uit te laten over de strafvervolging tegen Wilders. Louis Paul Boon zei al: “Principes zijn uitevonden, om er een stuiver aan te verdienen”. En zo is het!

Een en andermaal heb ik het standpunt ingenomen dat de uitlatingen van Wilders juridisch-technisch gezien strafbaar zijn en dat Wilders moet worden veroordeeld. Maar ik moet Wilders op één punt gelijk geven. Ons rechtssysteem heeft met “recht” soms bitter weinig te maken. Op dat punt heeft de politicus die een verklaarde hekel heeft aan ons strafrechtssysteem en in het bijzonder aan strafrechters, maar die  – gelet op zijn schandalige uitspraak – geneigd is zijn ongenoegen te relativeren wanneer de uitspraak gunstig voor hem uitpakt, wezenlijk het gelijk aan zijn zijde. En dus zou het mij bepaald niet verbazen wanneer over 14 dagen een vrijspraak volgt.

In dat geval hebben we te maken met de cabarateske situatie dat een veroordeling door het Hof ongedaan is gemaakt door een vrijspraak van de rechtbank. Het systeem op zijn kop. Want het Openbaar Ministerie zal ongetwijfeld niet in hoger beroep gaan en dus zal de vrijspraak in kracht van gewijsde gaan. Moszkowicz en Wilders zullen de vlag uitsteken, maar zij rekenen dan buiten de waard. Want de klagers hebben nog een mogelijkheid en zij kunnen zich daarbij beroepen op mr. Moszkowicz.

Wat de klagers zullen en moeten doen is een verzoek indienen bij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad om een vordering tot het instellen van cassatie in het belang der wet in te dienen. Die mogelijkheid is namelijk dan wel van toepassing. Gewone rechtsmiddelen staan niet meer open en het gaat in de kern om een juridische kwestie. Het is bovendien bevredigender wanneer ons hoogste rechtscollege een oordeel geeft in een delicate strafzaak als deze en de grenzen van strafbaarheid voor een politicus bepaalt. Belangrijk zal wel zijn dat de rechtbank feitelijk vaststelt welke uitlatingen in de dagvaarding door Wilders zijn gedaan. Zolang Wilders zich evenwel niet uitdrukkelijk vn bepaalde uitlatingen distantieert, meen ik dat deze rechtens voor zijn rekening komen. Na de vrijspraak is Wilders nog niket van de zaak af. Nog lang niet!!!

 

Copyright@Wedzinga2010