Regiezitting Wilders zorgt voor reeks misverstanden

De valse start in de zaak Wilders
19 januari 2010
De HIV-zaak
23 januari 2010
Show all

 

De regiezitting in de strafzaak tegen Wilders is voorbij en nu al, in de prille stadium van het strafproces, zet Wilders de toon. Het gaat, zo betoogt Wilders, om een politiek proces, waarin de waarheidsvinding en de vrijheid van meningsuiting terecht zouden staan. Daarom wil hij middels het horen van een waslijst van getuigen aantonen dat bijvoorbeeld het vergelijken van de “Koran” met “Mein Kampf” terecht is. In de media vond die toon onmiddellijk weerklank. Het televisieprogramma EenVandaag spande de kroon door advocaat mr. Hiddema te laten opdraven, die vervolgens met veel aplomb zei dat de rechters de beide gewraakte boeken moesten lezen en vervolgens moesten beoordelen of de door Wilders gemaakte vergelijking al dan niet mank gaat. Totale kolder!!

Wat een politiek proces is, weet ik niet en ik denk dat niemand dat weet. Wat ik wel weet dat er een strafproces is aangespannen tegen Wilders, waarin het gaat om  groepsbelediging en haatzaaien. En de vraag in dat strafproces is niet of de door Wilders gemaakte vergelijkingen “waar” zijn, maar of die vergelijkingen kunnen worden gekwalificeerd als overtreding van de artikelen 137c en 137d Wetboek van Strafrecht. Vanuit dat perspectief moet de vraag naar de waarheidsvinding worden beoordeeld en dan gaat het bij die waarheidsvinding om de vraag of door het trekken van de in de tenlastelegging gemaakte vergelijkingen en de daarin opgenomen uitlatingen van de politicus kwetsend zijn en geëigend zijn om haat te zaaien, zoals bedoeld in de hiervoor bedoelde strafbepalingen. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Maar zoveel is zeker, dat ook uitlatingen die “waar” zijn, wel degelijk kwetsend kunnen zijn en haat kunnen zaaien. Bij deze strafbepalingen speelt dat geen doorslaggevende rol.

De vraag is trouwens ook per definitie niet te beantwoorden. En kan dus ook door het horen van getuigen niet worden beantwoord. Ook niet door Mohammed B.. Het verzoek om deze getuige te horen, komt op mij bijna over als een provocatie.  Het Openbaar Ministerie heeft zich er terecht tegen verzet. Het verzoek van het Openbaar Ministerie om Wilders niet op de openbare terechtzitting, maar achter gesloten deuren bij de Rechter Commissaris te horen, vind ik opmerkelijk. De reden, zo begrijp ik, is dat het horen van Wilders te veel tijd in beslag zou nemen. Daar kan ik me op zichzelf best wel iets bij voorstellen. Wanneer hij wordt gehoord op de zitting zal Wilders ongetwijfeld de gelegenheid te baat nemen om zijn politieke overtuiging uit te venten en het proces tegen hem te diskwalificeren. Maar in beginsel horen getuigen en verdachten op de zitting te worden gehoord. Dat brengt het onmiddellijkheidsbeginsel met zich mee. Het is aan de voorzitter om Wilders kort te houden. Dat is hem wel toevertrouwd.

Van de gevoerde preliminaire verweren is het beroep op de ambtelijke status van Wilders kansloos. Artikel 44 van het Wetboek van Strafrecht is op dat punt helder en buiten de politieke arena van de Tweede Kamer geniet een politicus geen immuniteit. Gelukkig niet! Ook het beroep op de relatieve competentie heeft geen kans van slagen. Het verweer van het Openbaar Ministerie was zwak, want het is niet zo bijster ingewikkeld om (ook) Amsterdam als pleegplaats van deze misdrijven aan te merken.

Interessant vond ik wel het verweer dat het Openbaar Ministerie zich niet had gehouden aan het dictum van het Hof Amsterdam, dat de vervolging van Wilders heeft bevolen. De beschuldigingen in de tenlastelegging zouden dus verder gaan dan uit dat dictum zou blijken en daarom zou het Openbaar Ministerie (partieel) niet-ontvankelijk zijn. Juridisch interessant. Ik zal de bschikking van het Hof er nog eens op nalezen en me buigen over de status van het dictum. De vraag is namelijk of , en zo ja, in hoeverre dat dictum de dagvaarding regisseert. 

Moszkowicz had gelijk met zijn opmerking dat het Hof Amsterdam in zijn beschikking de indruk wekt Wilders als het ware al te hebben veroordeeld. Het Hof ging zelfs zover niet te volstaan met de beslissing om Wilders te vervolgen, maar gelastte zelfs de dagvaarding. En de overwegingen van het Hof Amsterdam laten zich inderdaad lezen als een “requisitoir”. Zo gezien lijkt het lot van Wilders al beslecht, als de strafzaak in hoger beroep moet worden behandeld. Wilders moet al zijn kaarten op de rechtbank zetten. wordt hij namelijk niet veroordeeld, dan ligt het in de lijn der verwachting dat het Openbaar Ministerie afziet van hoger beroep. Het Openbaar Ministerie heeft immers eerder al aangegeven dat het de uitlatingen van Wilders niet strafbaar acht.

Copyright@2009Wedzinga

Update: Zojuist Pauw & Witteman gezien. Enorm teleurstellend, dat ook daar niet de juridische essentie van de zaak Wilders wordt gevat. Waarheidsvinding in de zaak Wilders houdt, gelet op de tenlastelegging, wezenlijk  in dat wordt bewezen 1) dat hij de uitlatingen heeft gedaan en 2) dat die uitlatingen strafbaar zijn. En dus niet dat die uitlatingen waar zijn. Ongelooflijk!