Politieke strafvervolging Wilders

Een nieuw fenomeen in het strafproces: De kroongetuige à décharge
5 juni 2009
Inhoudelijke behandeling HIV-zaak moet over!
10 juni 2009
Show all

 

Het zal niet lang meer duren voordat Geert Wilders wordt gedagvaard. Hij zal zich dan voor de rechtbank Amsterdam moeten verantwoorden voor – kort gezegd- groepsbelediging (artikel 137c Wetboek van Strafrecht) en aanzetten tot haat (artikel 137d Wetboek van Strafrecht). Het Hof Amsterdam heeft het bevel tot vervolging  tot deze misdrijven beperkt omdat deze misdrijven door het Hof als de “kerndelicten” worden gezien. Vervolging voor andere misdrijven die in de klaagschriften werden genoemd was naar het oordeel van het Hof mogelijk geweest. Wilders heeft dus geluk gehad.

De overwegingen van het Hof zijn juridisch opvallend. In een beklagprocedure beoordeelt het Hof de beslissing van het OM om geen strafvervolging in te stellen. Het is het enige wettelijke instrument om paal en perk te stellen aan het machtsmonopolie van het OM. Daarbij toetst het Hof de haalbaarheid en de opportuniteit (wenselijkheid) van strafvervolging. Wat de haalbaarheid betreft wordt een Hof in een beklagprocedure geacht zich enigszins terughoudend op te stellen. Het Hof mag immers niet vooruitlopen op de beslissing van de rechtbank, als het de vervolging beveelt. Die terughoudendheid heeft het Hof in de zaak Wilders laten varen, al wordt zij wel met de mond beleden. Uit de overwegingen van het Hof kan worden afgeleid dat Wilders al bij voorbaat door het Hof schuldig is bevonden.

Zo overweegt het Hof dat bepaalde uitlatingen van Wilders in artikelen en in de film Fitna, in onderlinge samenhang bezien naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren. En dat in het verleden politici voor minder zijn veroordeeld. Daar is geen woord Spaans bij.  Als de rechtbank Amsterdam al tot een vrijspraak zou komen, is de kans levensgroot dat het Hof Amsterdam Wilders zal veroordelen, al is dat Hof dan wel anders samengesteld dan het Hof dat de vervolging heeft bevolen. Wilders moet maar hopen dat het OM niet tegen de vrijspraak in hoger beroep gaat, want anders zijn zijn dagen geteld. Of er in hoger beroep nog sprake kan zijn van een eerlijk proces is de vraag.

Maar het Hof is op meer punten juridisch in de fout gegaan. De uitleg die het Hof geeft aan de misdrijven waarvoor de vervolging wordt bevolen is op zijn zachtst gezegd curieus. Beide misdrijven waarvoor Wilders moet worden vervolgd, worden door het Hof Amsterdam als gevaarzettingsdelicten gezien, waarbij het opzet wordt losgekoppeld van het gevaar en het gevaar als gevolg wordt gezien.  Het Hof dicht Wilders een bepaalde doelstelling toe en begeeft zich daarmee op glad ijs. Want daardoor bedrijft het Hof politiek en daarvan dient een rechter zich verre te houden.

Dat groepen moslims zich gekwetst voelen wil ik best geloven en dat dit het effect is van uitlatingen van Wilders als “Ik heb genoeg van de islam: geen moslimimmigrant er meer bij” en “Als moslims hier willen blijven, moeten ze de helft uit de Koran scheuren en weggooien” neem ik onmiddellijk aan, maar daarmee is niet gezegd dat Wilders die groepen opzettelijk kwetst. Het Hof overweegt: “Uit de samenhang van de door Wilders gepresenteerde uitlatingen blijkt duidelijk dat hij niet alleen de groep moslimgelovigen op het oog heeft (en niet slechts de islam als godsdienst), maar ook dat diens uitlatingen, gewild of ongewild (mijn cursivering, WW), wel degelijk tot gevolg hebben dat zij krenkend zijn voor moslims als maatschappelijke en religieuze groepering doordat zij als zodanig in diskrediet worden gebracht”. Daaruit kan worden afgeleid dat het opzetvereiste er in de optiek van het Hof niet toe doet. Een juridische misvatting.

Niet de enige. Want ook al zou er sprake zijn van het opzettelijk kwetsen van een groep gelovigen, dan miskent het Hof dat de gewraakte uitlatingen in het kader van een publiek en politiek discours zijn gedaan. Met de inhoud van de uitlatingen kan men het hartgrondig oneens zijn, maar in een land dat zich profileert als een democratische rechtsstaat moet er onder omstandigheden ruimte zijn voor dergelijke politiek verbale uitspattingen. Waar die ruimte ontbreekt, dreigt een politiek discours andere uitingsvormen aan te gaan nemen.

Ook het aanzetten tot haat of discriminatie komt bij het hof niet uit de verf. Dat het slaken van kreten als ” Verbied de Koran” en “De grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in, veel moslims Nederland uit” daatoe geschikt zijn, ben ik met het hof eens. Maar dat impliceert niet dat het in het delictsbestanddeel “aanzetten” ingeblikte opzetvereiste, ook van toepassing is. Het Hof laat dit in het midden en miskent opnieuw de politieke context waarin de gewraakte uitlatingen zijn gedaan. 

Al met al is de uitgebreide en leerstellige beschikking van het Hof juridisch niet bepaald overtuigend en permitteert het Hof zich in het kader van een beklagprocedure naar de heersende doctrine te veel vrijheid. Op zichzelf ben ik daar wel een voorstander van, omdat het OM het op zichzelf heeft afgeroepen dat een volledige toetsing noodzakelijk is. Dit neemt niet weg dat het Hof Amsterdam Wilders al heeft veroordeeld en de rechtbank daarmee voor het blok zet. Ik hoop dat de rechtbank afstand neemt van de beschikking van het Hof en Wilders hetzij vrijspreekt omdat het opzetvereiste ontbreekt, hetzij ontslaat van alle rechtsvervolging omdat de vrijheid van meningsuiting in deze zaak dient te prevaleren. De poilitieke exceptie dus. Dat laatste zou juridisch-technisch gezien nog het meest passend zijn.

Copyright@2009Wedzinga