Het liquidatieproces en de advocaat als getuige: opmerkingen n.a.v. verhoor Meijering

De loverboyzaak en de prostituant als slachtoffer
januari 30, 2015
De lappendeken van rechtsmiddelen tegen beslissingen over voorlopige hechtenis
februari 12, 2015
Show all

Vandaag om half tien is advocaat Meijering als getuige door de R-C gehoord. In het tv programma Pauw zei hij “het beleid dat het Openbaar Ministerie nu voert, leidt tot meer liquidaties. En daarvoor hebben wij ook aanwijzingen, bijvoorbeeld in de reeks moorden die nu in Amsterdam plaatsvindt.” Het woord “aanwijzingen” zal justitie hebben getriggerd. Het OM heeft Meijering gedagvaard om daarover nader te verklaren bij de R-C. Meijering heeft laten weten zich op zijn verschoningsrecht te beroepen en niets te zullen zeggen. Pikant detail is dat Meijering door de R-C wordt gehoord, terwijl hij in het liquidatieproces twee verdachten bijstaat. Een dubbelrol, als het ware. Een die bovendien, zo stelt Meijering, gevaarlijk is omdat in criminele kringen kan rondzingen dat hij onder een hoedje speelt met justitie. Dat lijkt me weinig waarschijnlijk, maar het dagvaarden van Meijering stelt hem aan gevaar bloot. En het lijkt bovendien bij voorbaat kansloos omdat hij zich op zijn geheimhoudingsplicht annex verschoningsrecht zal beroepen.Tegen deze achtergrond rijst de vraag waarom justitie deze ogenschijnlijk zinloze exercitie heeft ondernomen. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Zeker niet omdat veel informatie ontbreekt. De wet verbiedt niet om een advocaat als getuige te horen. Weliswaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het horen van een advocaat die de verdachte op de terechtzitting bijstaat of hem vertegenwoordigt dan wel als gemachtigde verdedigt, behoudens “bijzondere gevallen”,  niet past in ons stelsel van strafvordering, maar daarmee is de kous dus niet af. Er bestaan “bijzondere gevallen”. En de vraag is wat daaronder moet worden verstaan. Een andere vraag die mij bezig houdt is of een advocaat die wordt gehoord over andere zaken dan die op de terechtzitting aan de orde zijn, nog wel kan worden aangemerkt als een advocaat die de verdachte bijstaat. Bij het verhoor van Meijering gaat het, zo begreep ik, om vier liquidaties. Welke? In het verlengde daarvan past ook de vraag of de advocaat een beroep op het verschoningsrecht toekomt. Gaat het om informatie die hem in zijn hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd?

Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat een genuanceerd antwoord op zijn plaats is. Zo mag een officier van justitie die uitsluitend in de opsporingsfase en dus niet in de vervolgingsfase namens het OM is opgetreden, als getuige worden gehoord. De officier van justitie die op de terechtzitting optreed, in beginsel (“behoudens bijzondere gevallen”) niet. Een dubbelrol moet kennelijk zoveel mogelijk worden vermeden. Gelet daarop is het de vraag of de advocaat die de verdachte nog steeds als raadsman bijstaat (zodat hij een dubbelrol vervult) als getuige mag worden gehoord. En maakt het verschil waarover de raadsman wordt gehoord, zodat hij wel kan getuigen over wat uit een door hem ingesteld “opsporingsonderzoek” is gebleken, maar niet over hetgeen de verdachte hem in vertrouwen heeft meegedeeld? Ooit werd toegestaan dat de zittingsofficier als getuige werd gehoord over hetgeen in het vooronderzoek had plaatsgevonden. Denkbaar is dat in de ogen van justitie Meijering over informatie beschikt die niet door zijn cliënten is verstrekt, maar wel een licht werpen op de liquidaties. Het onderwerp is dus van cruciaal belang.

Dat het horen van een advocaat als getuige in “bijzondere gevallen” is geoorloofd, wil niet zeggen dat het ook zinvol is.  In de eerste plaats niet omdat de advocaat die als getuige onder ede moet verklaren in een onmogelijke positie wordt gemanoeuvreerd. Verklaringen van een advocaat op een zitting mogen niet als wettig bewijsmiddel worden gebruikt. Wat de advocaat als getuige zegt, kan door de rechter in de bewijsconstructie worden gebruikt. Wanneer Meijering al zou spreken, loopt hij grote risico’s. Het kan tegen zijn cliënten in het Liquidatieproces worden gebruikt. Daarbij komt dat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de betrouwbaarheid van zijn verklaring. Bivendien zie ik niet in dat het verschoningsrecht kan worden doorbroken, al wordt er in de literatuur gesteggeld over de reikwijdte van dat recht. De R-C zal de geheimhoudingsplicht respecteren, tenzij het OM er in slaagt om aannemelijk te maken dat zich in casu een “bijzonder geval” voordoet en het beroep op het verschoningsrecht niet opgaat. Maar dan belanden we in een catch-22 situatie. Dat moet je niet willen in ons strafprocesrecht.

 

Copyright@Wedzinga2015