Misverstanden en vragen over de deal tussen Teeven en Cees H.

Weekoverzicht uitspraken 13 maart 2015
maart 13, 2015
De derde deal van Teeven
maart 24, 2015
Show all

Na het aftreden van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven lijkt de politieke storm te zijn geluwd. Er komt nu een onafhankelijke onderzoekscommissie die de “deal tussen Teeven en Cees H. uit 2000 tegen het licht gaat houden. Een deal waarover Teeven zo zeer te spreken was, dat hij niet kon laten er tijdens de persconferentie waarin hij zijn aftreden bekend maakte nog een keer de loftrompet over te steken. Het was een “prachtige deal die hij voor “volk en vaderland” had gesloten. Jammer dan toch dat hij zich van die deal zo weinig kon herinneren.” Met name over de niet geringe tegenprestatie van het OM liet het geheugen van de Staatssecretaris hem in de steek.

Misschien heeft dat mede te maken met het feit dat hij in 1998 ook al een deal met Cees H. had gesloten. Cees H. moest nog 3 jaar zitten wegens drugshandel en het OM wilde Cees H. financieel kaal plukken. Maar de ontnemingsvordering van, zo maak ik op uit de pers, maar liefst 500 miljoen gulden, stuitte op grote weerstand bij de rechter. Er was, zo roeptoeteren de media, alvast voor een bedrag van tussen de 6 en 7 miljoen beslag gelegd op buitenlandse rekeningen van Cees H.. Juridisch gezien zal het dan zijn gegaan om conservatoir derdenbeslag. En omdat het niet ging om een gewone ontneming, maar een die het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) meebracht, had Teeven op grond van de Ontnemingsrichtlijn 1996 geen machtiging van de R-C nodig.  Maar volgens diezelfde richtlijn gelden de daarin  opgenomen regels niet voor conservatoire beslagen in het buitenland! En waarop was de ontneming gebaseerd? De richtlijn zelf beperkt haar toepassing tot ontnemingen die zijn gebaseerd op het begaan van een commuun delict. Maar omdat de FIOD er destijds al bij was betrokken, kunnen daar vraagtekens bij worden geplaatst. Zeker omdat het er alle schijn van heeft dat het (vooral) gaat om geld dat van drugshandel en fiscale fraude afkomstig is. En dan is het bijzonder strafrecht van toepassing. Of domineerde bijv. art. 140 Sr? Hoe dan ook, uit de door de diverse betrokkenen gedane uitlatingen kan worden afgeleid dat de Richtlijn per saldo toch maatgevend is geweest.

Uit de mij beschikbare informatie blijkt dat de rechter die een beslissing over de ontneming moest nemen twijfels had of het te ontnemen bedrag van een criminele herkomst had.  De rechter droeg het OM op om bewijs te leveren. Aannemelijk is dat het hierbij niet ging om het bedrag waarop het derdenbeslag rustte, maar om het bedrag waarop de vordering betrekking had. Tot op de dag van vandaag lijkt dat bewijs niet te zijn geleverd. Toch zouden de advocaten van Cees H. een deal met het OM hebben gesloten waarbij Cees H. afstand deed van dat enorme bedrag in ruil voor de toezegging dat Teeven wat zou sjoemelen met het strafrestant van 3 jaar. Een opvallende deal. In juridisch jargon heet het geen transactie of deal, maar gaat het om een ontnemingsschikking. In dit geval één die buitengewoon gunstig uitpakte voor het OM en die de vraag oproept wat Cees H. en zijn advocaat c.q. advocaten heeft bezield om met het OM in zee te gaan. Dat OM kreeg namelijk miljoenen op de bankrekening gestort terwijl het ogenschijnlijk zwak stond in de ontnemingszaak en Cees H. moest het doen met de belofte dat hij eerder vrij zou komen. De precieze contouren van die deal zijn overigens onduidelijk. In ieder geval voor wat betreft de tegenprestatie van het OM. Volgens sommige misdaadjournalisten zou Teeven gratie hebben beloofd. Dat zou wel erg gratuit zijn. Eigenlijk onzin. Want daarover heeft het OM namelijk niets te zeggen. Teeven kan hooguit hebben beloofd dat het OM positief zou adviseren. Maar wat koop je voor zo’n halfzachte toezegging? Veel waarschijnlijker is het dat Teeven heeft beloofd het restant of een deel er van kwijt te schelden. Een zogezegd buitenwettelijke vervoegde invrijheidstelling (tegenwoordig heet het: voorwaardelijke invrijheidstelling) waarbij de hand wordt gelicht met de uitspraak van de rechter. Teeven heeft zo zijn eigen interpretatie van art. 553 Sv.

Wat er ook van zij, uiteindelijk gingen de superieuren van Teeven niet met de deal akkoord. Zelfs voormalig hoofdofficier Vrakking, die volgens Teeven eerst wel toestemming gaf, trok die in nadat de Advocaat-Generaal bij het Hof al had laten weten dat Cees H. zijn straf moest uitzitten. Dat roept vragen op. Als Vrakking al toestemming gaf, waarvoor dan? En waarom trok hij die later in? Waarop stoelde de opvatting van de Advocaat-Generaal bij het Hof? Stond hij een andere interpretatie van art. 553 Sv voor dan die van Teeven en/of Vrakking? Vertelde Teeven tegen zijn collega’s van het OM wel de waarheid? Spiegelde hij ze wel hetzelfde beeld voor? Ging het om een gratieadvies, om kwijtschelding of om beide? Wat er ook van zij, vast lijkt te staan dat ook het college van Procureurs-Generaal mordicus tegen was.

Maar amper twee jaar later lagen de verhoudingen totaal anders. Cees H. had zijn straf er bijna op zitten en de ontnemingsvordering liep nog steeds van geen kanten. Het OM stond er dus in die zin buitengemeen slecht voor. Cees H. had zo gezien alle troefkaarten in handen. De deal was er dan ook naar. Er werd bijna 5 miljoen overgemaakt naar de derdenrekening van het kantoor van advocaat Doedens (de toenmalige raadsman van Cees H.) en Cees H. hoefde slechts een boete van 750.000  gulden aan het OM te betalen. Waarvoor is mij onduidelijk gebleven. Vanuit het perspectief van het OM is er zeker wat voor te zeggen om een ontnemingsschikking te treffen. Maar 750.000 gulden binnen harken en als tegenprestatie 4,7 miljoen overmaken, heeft niets weg van een ontnemingsschikking. De bedoeling van zo’n schikking is evident.  Het OM wil een langdurige en gecompliceerde ontnemingsprocedure omzeilen en de crimineel kiest eieren voor zijn geld en maakt een bedrag over aan het OM. Maar in deze zaak wordt niet Cees H. maar het OM geplukt. Opnieuw rijzen vragen. Deels dezelfde als die hiervoor al ter sprake kwamen bij de deal uit 1998. De meest frappante vraag vind ik nog die naar de mate van betrokkenheid en wetenschap van het College van P-G ‘s. Wanneer de Richtlijn van toepassing is of in ieder geval is toegepast, is de vraag niet alleen of het College van de hoed en de rand wist, maar ook of het voltallig College wel is geïnformeerd. Dat zou wel moeten, maar toenmalig P-G Steenhuis liet weten dat hij een “deal” waarbij de belastingdienst door Teeven en Swagerman (Vrakking zegt dat hij op dat moment afwezig was) buiten spel werd gemanoeuvreerd nooit had goedgekeurd. Wist Steenhuis van niets? Waarom doet hij trouwens zo moeilijk over het feit dat de fiscus van niets wist? De Richtlijn verplicht namelijk niet dat het OM de belastingdienst actief informeert. Volgens Vrakking zou die dienst trouwens wel op de hoogte zijn. Dat lijkt mij ook alleszins aannemelijk. De bepaling in de sideletter bij de “deal” is namelijk niets waard.

In de politiek ging het vervolgens alleen over de hoogte van het bedrag en de informatie die aan de TK werd verstrekt. De Kamerleden lieten zich eerst afschepen door Opstelten die het met veel aplomb had over een bedrag van 2 miljoen dat was overgemaakt. Bewijs er van had ‘ie niet, maar het was een kwestie van “vertrouwen”. En dat kreeg Opstelten. Al was er toen al scepsis. Niet alleen over de hoogte van het bedrag, maar ook en misschien zelfs vooral over het feit dat een drugscrimineel 2 miljoen van de Staat kreeg en dat de belastingdienst er buiten werd gehouden. Dat riekt toch naar witwassen en belastingfraude, heette het. Ernstige strafbare feiten, die overigens anno 2015 zijn verjaard.

Het stak vele Kamerleden dat de belastingdienst werd omzeild. Kennelijk hadden de Kamerleden de destijds geldende Richtlijn van het college van P-G ’s niet gelezen, want daarin werd met geen woord gerept over een informatieplicht richting de fiscus. Logisch, want normaliter komt een ontnemingsschikking er op neer dat er geld op de rekening van het OM wordt gestort. In deze deal is het de omgekeerde wereld. Maar ik gaf al aan dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat het OM 4,7 miljoen naar Cees H. overmaakt en dat buiten de belastingdienst om doet. Dat rechtvaardigt eens te meer de vraag of het strikt genomen wel gaat over een ontnemingsschikking. Ging het in werkelijkheid om iets anders? Werden de etiketten “schikking” en “ontneming” gebruikt om te verhullen dat er een deal met een informant (Cees H.) werd gesloten?

Die vragen klemmen te meer wanneer na journalistiek onderzoek blijkt dat inderdaad niet 2 miljoen, maar bijna 5 miljoen gulden door justitie is overgemaakt op de rekeningen van Cees H.. De kamer was dus verkeerd geïnformeerd. Een politieke doodzonde heette het. Maar het heeft er verdacht veel van weg dat de bewindslieden de kamer niet alleen verkeerd hebben geïnformeerd, maar bewust om de tuin hebben geleid. De toenmalige OvJ Teeven zal heus wel hebben geweten dat het bij de deal die hij destijds sloot om meer dan 2 miljoen gulden ging. En het is moeilijk denkbaar dat Opstelten daarvan vroeger of later niet op de hoogte werd gesteld. De TK werd dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid misleid en liet zich misleiden. Dat betekende het politieke faillissement van Opstelten en Teeven. Maar de vragen die er werkelijk toe doen moeten nog beantwoord worden. Het zijn er vele, maar ik volsta met de in mijn ogen belangrijkste.

Heeft Teeven in 2000 een deal gesloten met Cees H. om informatie los te krijgen over Johan V. (de Hakkelaar), een drugshandelaar van een ander en groter kaliber dan Cees H.? Is het gelet op de hoogte van het bedrag niet aannemelijk dat Cees H. ook over andere criminelen informatie heeft verschaft? Wat wist het college van P-G ’s hiervan? Is dat College door Teeven voorgespiegeld dat het om een ontnemingsschikking van 2 miljoen ging en heeft het College slechts daarvoor toestemming gegeven? Wanneer Cees H. daadwerkelijk informatie heeft verschaft, is de vraag wat met die informatie is gebeurd. Zijn er verdachten op basis van die informatie veroordeeld?  Is de rechter in dat geval wel op de hoogte gesteld van de herkomst van die informatie?

Deze en nog veel meer vragen liggen op het bord van de te benoemen onafhankelijke onderzoekscommissie. Maar ik hoop dat die commissie zich niet beperkt tot het beantwoorden van de vele vragen die betrekking hebben op de deal uit 2000. Er lijkt reden genoeg om in een breder verband te kijken naar de ogenschijnlijk verrotte cultuur op het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de positionering van het College van P-G ’s en de wijze waarop het OM “dankzij” de wetgever de strafrechtshandhaving in vergaande mate heeft geïnstrumentaliseerd. En is er ook niet reden om bijv. de bijzondere opsporingsmethoden nog eens tegen het licht te houden en de diverse deals met criminelen beter en transparanter te reguleren om verdediging en rechter in de gelegenheid te stellen adequate controle uit te oefenen? De tijd is er rijp voor. Want er liggen plannen om het Wetboek van Strafvordering te moderniseren. Een uitgelezen mogelijkheid om de balans tussen rechtsbescherming en instrumentaliteit te herstellen.

Copyright@Wedzinga2015

Volg Wicher Wedzinga:

Youtube

Twitter

LinkedIn