Het Openbaar Ministerie en het shoppen van rechters

De media als waakhond van de rechtsstaat
11 augustus 2009
Strijd tegen georganiseerde misdaad corrumpeert justitie
1 september 2009
Show all

 

De voorzitter van de rechtbank bepaalt, op het verzoek en de voordracht van de officier van justitie, de dag der terechtzitting. Zo staat het in de wet, om precies te zijn in artikel 258 lid 6 Wetboek van Strafvordering. Door artikel 415 Wetboek van Strafvordering is deze bepaling in hoger beroep van overeenkomstige toepassing verklaart.  In vakjargon wordt dit het appointeren van de strafzaak genoemd. De praktijk wijkt af van de letter van de wet, in die zin dat het in de regel de voorzitter van de betreffende strafkamer is die op voorstel van en in overleg met de officier van justitie de dag van de terechtzitting bepaalt. Dat voorstel wordt vaak overgenomen of lichtelijk geamendeerd, bijvoorbeeld omdat het OM te veel zaken wil afdoen en te weinig tijd heeft uitgetrokken voor zaken waarin getuigen moeten worden gehoord. Mijn ervaring als raadsheer was dat het laatste nogal eens voorkomt. De rechter krijgt dan vrij onverwachts een krat met dossiers en een appointeringsvoorstel voorgeschoteld, waarbij verwacht wordt dat in enkele minuten en na het werpen van een zeer, zeer vluchtige blik op de dossiers, het voorstel wordt geaccordeerd of geamendeerd.

Vanzelfsprekend is die officier van justitie op de hoogte van het zittingsrooster van de rechters. Dat schept het risico van forum shopping. Dat wil zeggen dat de offcier van justitie een zaak op een dag inroostert dat bepaalde rechters zitting hebben. Rechters die het Openbaar Ministerie (OM) niet onwelgevallig zijn, althans die twijfelachtige reputatie genieten. Dat klinkt in de ogen van sommigen ongetwijfeld te achterdochtig, zo niet paranoïde, maar mijn overtuiging is dat het OM bepaalde zaken welbewust inroostert bij bepaalde strafkamers. En al kan ik het niet hard maken, scepsis is minst genomen op zijn plaats. In de huidige tijd is voor naïviteit geen ruimte meer. Daarvoor gebeurt er teveel wat het daglicht niet kan velen. Scepsis is op zijn plaats, al is het “maar” omdat in de wat grotere strafzaken  waarin het bewijs dun is en de rechterlijke overtuiging wel eens doorslaggevend kan zijn, de verleiding bij het OM om te “shoppen” groot kan zijn. Zeker bij een OM dat uit is op “scoren” .

Dit gevaar is bepaald niet denkbeeldig. Ons wettelijk bewijsstelsel is al vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw uitgehold en de rechterlijke overtuiging speelt een belangrijke rol, zeker in de zaken waarover ik hiervoor sprak. Daarbij komt dat het OM een zekere indruk zal hebben van in ieder geval die rechters die langer meelopen. Of die indruk al dan niet terecht is, is niet het punt. De ene rechter is wat meer op de hand van de verdachte, de andere wat meer op de hand van het OM. Sommige rechters zijn standvastig, andere – eufemistisch gezegd- “flexibel”. De onderlinge verhoudingen tussen de zittende magistratuur (rechters) en de staande magistratuur (OM) kunnen “innig” zijn. Er wordt vaak in hetzelfde gebouw gewerkt, men komt elkaar tegen op de gang, bij installaties en tijdens de lunch. Veel contacten dateren nog van vroeger, de studententijd, en van de RAIO-opleiding, waarin de rechterlijk ambtenaar in spé pas na verloop van enkele jaren moet kiezen voor het “zitten” of het “staan”. Dat alles schept een band, goed of slecht, die van invloed kan zijn.

Bovendien kan de juridische achtergrond een rol spelen. Een advocaat die na een aantal jaren in de advocatuur te hebben gewerkt, officier van justitie of rechter wordt, neemt zijn bagage mee. En datzelfde geldt uiteraard voor een officier van justitie die switcht naar de zittende magistratuur of een rechter die bij het OM gaat werken. Ik zeg niet dat à priori een voormalige advocaat meer op de hand van de verdediging zal zijn en dat een voormalige officier van justitie per definitie het OM een warm hart toedraagt,  het tegendeel kan zeer wel het geval zijn, maar naar mijn indruk is een zekere voorkeur bepaald niet ondenkbeeldig. Voor rechter-plaatsvervangers geldt mutatis mutandis hetzelfde, of het nu gaat om een plaatsvervanger die advocaat is, officier van justitie is (ja,ja, dat komt voor!!) of werkzaam is bij de universiteit. Ook een wetenschapper kan in zijn publikaties een zekere grondtoon laten doorklinken of in zijn publikaties uitgesproken standpunten over juridische kwesties innemen. En passant moet het mij nog maar eens van het hart dat we in Nederland zo spoedig mogelijk afmoeten van die plaatsvervangers, in ieder geval van dit “soort” plaatsvervangers.  Zet er wat mij betreft een “leek” bij, als het maar iemand is die niet de objectieve schijn van partijdigheid wekt. 

Alleen al om het gevaar van forum shopping door het OM te vermijden, zou er grondig nagedacht moeten worden over onder meer het systeem van appointering. Het vigerende wettelijke systeem en de daarop gebaseerde praktijk zijn wat mij betreft te naïef. Er lopen bij het OM te veel “crime fighters” à la de voormalige officier van justitie en het huidige kamerlid Teeven rond, die niet zullen schromen om de rand van de wet op te zoeken, maar die er ook geen bezwaar tegen zullen hebben om in lastige zaken een strafkamer te selecteren, die naar hun hoop en verwachting op de hand van het OM is. Elke veroordeling is er één.

Copyright@2009Wedzinga