Demmink onderzoek van binnenuit opgeblazen

DBT voor gedetineerden (1)
26 februari 2014
De zaak Karaman: ongelijktijdige berechting en onschuldpresumptie
11 maart 2014
Show all

 

Vandaag was de tweede dag van de voorlopige getuigenverhoren in de zaak Demmink. De verhoren vinden plaats in het kader van een civiele procedure waarin Stichting “De Roestige Spijker” zich wil indekken tegen juridische claims wanneer zij een documentaire over Demmink en zijn (vermeende) pedoseksuele activiteiten  publiekelijk via internet verspreidt. Voor de goede orde: het gaat niet om het achterhalen van de waarheid, maar om aannemelijk te maken dat er voldoende feitelijk basis is om de documentaire over het voetlicht te brengen.

Nadat op de eerste dag een aantal getuigen die in de documentaire aan het woord komen door de RC werden gehoord, was het woord nu aan twee rechercheurs die bij het Rolodex-onderzoek waren betrokken. Die eerste dag verliep overigens voorspelbaar teleurstellend. Na zoveel jaar vervagen herinneringen, ook aan ingrijpende gebeurtenissen. Voor een advocaat een koud kunstje om de betrouwbaarheid van de getuigen in diskrediet te brengen. En dat gebeurde dan ook. Het is de taak van de advocaat, maar zegt niets over de betrouwbaarheid. Het versterkt vaak de indruk dat de oorspronkelijke verklaringen geloofwaardig zijn.

De tweede dag was het wel raak. Twee rechercheurs die bij het Rolodexonderzoek waren betrokken werden aan de tand gevoeld. De eerste (De Koter) vertelde gedetailleerd over het onderzoek. Wist zich veel te herinneren. Zijn verklaringen waren misschien niet nieuw, maar wel schokkend. De tweede (Hoek) kon zich niet veel herinneren. Zelfs niet of de gangen van voormalig S-G Demmink  moesten worden nagegaan.

Dat oogde tegenstrijdig, maar was het niet. De Koter werkte namelijk bij de CIE en had in die functie zicht op (alle) informatie. Hoek was “slechts” betrokken bij het tactische deel van het onderzoek. Zijn informatiepositie was dus beperkt. Hij werd betrokken bij het inzetten van (bijzondere) opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen. Zo gezien, zijn de verklaringen niet “tegenstrijdig”, maar versterken zij elkaar!

Voormalig CIE-medewerker De Koter maakte duidelijk dat de top van justitie onder verdenking stond van kindermisbruik. De informatie waarmee het CIE aan de slag ging was afkomstig van de Rijksrecherche en richtte zich op drie hoofdofficieren van justitie en de S-G van het ministerie van justitie, Demmink. Een bepaald niet te verwaarlozen rol was weggelegd voor een hoogleraar geschiedenis (Van R.), die de contacten met minderjarige jongens regelde. Wat de inhoud van die informatie precies behelsde, wie de bron was en hoe betrouwbaar die bron was, bleef in het ongewisse.

Juist omdat De Koter over zoveel informatie beschikte, legt zijn verklaring dat Demmink wel degelijk “voorwerp” van onderzoek was, een politieke bom onder minister Opstelten en zijn voorgangers. Die had dat namelijk met veel aplomb altijd stellig ontkend. Het feit dat Hoek zich dit niet kon herinneren, is verklaarbaar. Daar had hij geen zicht op.

Ondanks zijn beperkte informatiepositie, was ook de verklaring van Hoek onthullend. Want daaruit bleek dat observatie van betrokkenen werd tegengehouden, getapte telefoons opeens stil vielen en dat Van R. bij een huiszoeking de koffie al klaar had staan en de computers en videobanden waarom het de politie ging had weggemoffeld. Kortom: Er was gelekt. Het onderzoek was opgeblazen.

Ook niet verwonderlijk. In ons strafvorderlijk systeem onderzoekt justitie zichzelf  en dat is in dit soort zaken vragen om moeilijkheden. Het onderzoek was dus van binnenuit opgeblazen en veel informatie leverde het niet op. Althans, daar lijkt het op. De frustratie bij De Koter was nog zichtbaar aanwezig, volgens rechtbankverslaggeefster Saskia Belleman. Maar ondertussen is er dus wel een tijdbom gelegd onder het politieke functioneren van Opstelten en Teeven. Met name Opstelten kan een moeilijke tijd tegemoet zien omdat hij tegenover de TK pertinent had ontkend dat de naam Demmink in het Rolodoxonderzoek was opgedoken.

Als jurist vraag ik mij in toenemende mate af of ons strafvorderlijk systeem niet anders moet worden ingericht. In dit soort zaken is het de slager die zijn eigen vlees keurt. Van R. en mogelijk ook andere betrokkenen zijn ingelicht over het onderzoek en hebben vervolgens het bewijs verdonkeremaand. Het is voor mij onbegrijpelijk dat er niet een alarm is afgegaan bij de TK. Had het niet op de weg gelegen van de toenmalige MvJ om hiervan mededeling te doen? En lag het niet voor de hand om een parlementaire enquête te entameren? Van Traa revisited, als het ware?

Ik heb een hekel aan woorden als “rechtsstaat”, ook al gebruik ik ze zelf ook. Er hangt een sfeer van heiligheid, hoogmoed, zelfgenoegzaamheid en arrogantie omheen, terwijl niemand weet wat er onder moet worden verstaan. Maar het is duidelijk, dat onze vooral door onszelf zo veelgeprezen “democratische rechtsstaat”, op zijn grondvesten staat te schudden. en dan zijn dit nog maar de inleidende beschietingen. Want deze civiele procedure heeft strikt genomen niet zo veel om het lijf.

Veel betekenisvoller is de combinatie van dit civielrechtelijke onderzoek met het strafrechtelijk onderzoek dat ondertussen tegen Demmink loopt.  Daarbij gaat het om de verdenking van verkrachting van twee minderjarige Turkse jongetjes. Destijds -1996 – 12 en 14 jaar oud. Vermoedelijk komt er bewijstechnisch niets uit en zal het OM seponeren, want die vrijheid heeft het OM van het Hof gekregen omdat er geen afzonderlijke last tot dagvaarding is bevolen. Maar de combinatie van deze twee onderzoeken zal het vertrouwen in de geloofwaardigheid van justitie enorm ondermijnen.

En het is niet alleen de geloofwaardigheid van justitie die op het spel staat. Wat te denken van de geloofwaardigheid van de politiek? Ik hecht aan zuiverheid van redeneren, maar het wil er bij mij niet in dat niemand in politiek Den Haag op de hoogte was. Uiteraard waren en zijn er Kamerleden die kritisch waren, maar echt doorvragen was er niet bij. Ja, de laatste tijd, toen de ommekeer zich aankondigde en ook de msm zich met de zaak bemoeide, nam de kritiek toe.  Maar laat de kamer ook vooral kritisch naar zichzelf kijken.

En laten ook de msm en de journalistiek de hand in eigen boezem steken. Het is in Nederland een klein wereldje. Iedereen kent iedereen en dan vormen zich algauw kliekjes die elkaar de hand boven het hoofd houden. Een vorm van bijzondere vorm van cliëntelisme, als het ware. Joris Luyendijk heeft daar behartigenswaardige woorden over geschreven. Journalisten die er al jaren zitten, zoals bv Frits Wester, zouden plaats moeten maken voor jonge, intelligente en verse krachten.

De verhoren zijn nog niet afgelopen. Maar nu al zijn de Haagse politici opeens wakker geschud. Want hier valt garen bij te spinnen. De camera’s draaien en het geluid staat aan. En daar gaat het toch uiteindelijk om. Niet waar?

Copyright@Wedzinga2014