juni 23, 2017

Jaarverslag Hoge Raad 2016: markante punten (1)

Het jaarverslag van de Hoge Raad over 2016 is in die zin niet verrassend omdat de door de Hoge Raad aangehaalde relevante (nieuwe) rechtspraak al van meet af aan de aandacht trok. Die rechtspraak betreft: 1. de dynamische verkeerscontrole 2. de levenslange gevangenisstraf 3. schadevergoeding benadeelde partijen 4. noodweer 5. beperkingen strafbaarheid (mensenhandel, kinderporno) 6. herziening ten nadele. Voordat ik die rechtspraak behandel drie opmerkingen vooraf. Deze blog beperkt zich niet tot een descriptieve weergave van de jurisprudentie. Ik veronderstel die als bekend en voor diegene die er zich nader in willen verdiepen verwijs ik naar mijn website. De rechtspraak roept ook kritische vragen op en daarop zal vooral het accent liggen. Een tweede opmerking betreft de mogelijkheid om bij het EHRM prejudicieel advies in te winnen. Die mogelijkheid bestaat in strafzaken nog niet, maar het WODC heeft er in een rapport krachtig voor gepleit. De derde opmerking betreft de vlucht die het aantal zaken dat op basis van art. 80a RO wordt afgedaan heeft genomen. Meer dan 60% van alle strafzaken wordt in cassatie op basis van dat wetsartikel afgeschoten. Doorgaans zelfs zonder dat een conclusie van de AG is genomen. Betreurenswaardig. Het zegt veel over de kwaliteit van […]
februari 2, 2017

Het belang van het aanwezigheidsrecht

Een ogenschijnlijk simpele kwestie. Tenminste als je het Wetboek van Strafvordering raadpleegt en als exclusieve bron gebruikt. Er was beroep ingesteld, maar op de zitting waren verdachte noch zijn raadsvrouw aanwezig. Het Hof vroeg de griffier telefonisch contact op te nemen met het kantoor van de raadsvrouw. Niet beslist op telefonisch aanhoudingsverzoek van secretaresse van raadsvrouw. De griffier kreeg de secretaresse aan de lijn, die liet weten dat de zittingsdatum niet goed in de agenda van de advocate was vermeld. Vervolgens vroeg de secretaresse om aanhouding. Maar het Hof verleende verstek en negeerde dat verzoek. Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard. Hij had geen bezwaren opgegeven tegen de veroordeling door de rechtbank en het Hof zag geen aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen. Dat laatste lijkt op grond van het Wetboek van Strafvordering de aangewezen weg. De artt. 328 en 331 Sv – die in appel o.g.v. art. 415 Sv, van toepassing zijn, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. De verdachte en zijn advocaat kunnen om aanhouding verzoeken. Maar dan moeten zij uiteraard wel weten wanneer de zitting is. Dat hadden zij uiteraard kunnen weten, maar niet uitgesloten kan worden dat de foutieve agendering door de secretaresse is gemaakt. Hoe […]
mei 10, 2016

Hello world!

Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!