september 23, 2015

Het liquidatieproces en de onaantastbare kroongetuige

Het liquidatieproces, ook wel Passage genoemd, illustreert in toenemende mate hoe ver ons strafrechtssysteem verwijderd is van wat een fair trial in de zin van artikel 6 EVRM hoort te zijn. De verdediging wordt in wezen nagenoeg buiten spel gezet, de rechter is door de wetgever aan de zijlijn geparkeerd en het OM kan doen en laten wat het wil. De tussenbeschikking van het Hof Amsterdam op 21 september jl. (ECLI:NL:GHAMS:2015:3882)is de zoveelste akte in een “toneelstuk” waarvan de afloop al bekend lijkt te zijn. In deze beschikking gaat het vooral over de bescherming van kroongetuigen. En die die kroongetuigen vervullen een cruciale rol in dit slepende en fragmentarische proces. Want vooral op basis van de verklaringen van kroongetuige Peter la S. is een aantal verdachten tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld. Sommigen kregen zelfs levenslang.
augustus 22, 2014

Terugdringen voorlopige hechtenis

oktober 1, 2012

Wettig en overtuigend bewijs in moordzaak Van der Stap

Verdachte Ron P. mag zijn handen dichtknijpen en eigenlijk ook weer niet. Hij is door de rechtbank vrijgesproken van de moord op Anneke van der Stap omdat er niet voldoende bewijs was dat hij geweldshandelingen had gepleegd. Alleen een medegedetineerde had verklaard dat Ron P.  hem zou hebben verteld dat hij het meisje had vermoord. Maar dat is onvoldoende volgens de rechtbank. Uit de reacties blijkt dat veel mensen op zijn zachtst gezegd ontevreden zijn met deze uitspraak. Er spreekt immers veel tegen Ron P.. Hij was in het bezit van haar bankpas in de nacht van haar overlijden en had daarvoor geen aannemelijke verklaring. Maar gelukkig heeft de rechtbank zich niet, zoals veel andere rechters tot op de dag van vandaag nog steeds doen, laten leiden door de overtuiging.
juli 23, 2012

De zaak Vidgen: EHRM geeft Nederlandse rechter een lesje

In de zaak Vidgen van 10 juli 2012 deed het EHRM een opmerkelijke uitspraak. Vidgen was veroordeeld wegens betrokkenheid bij drugssmokkel tot vier jaar en drie maanden gevangenisstraf. De veroordeling was vooral gebaseerd op de tegenover de Duitse politie afgelegde verklaringen van een medeverdachte (“M”), die hiervoor al in Duitsland was veroordeeld, maar tegenover de Nederlandse rechter bitter weinig te melden had. Kritische vragen van de verdediging weigerde hij te beantwoorden. Dat mag, ook al is hij getuige. Een getuige moet weliswaar de waarheid vertellen, maar heeft het recht te zwijgen als hij door te praten het risico loopt zichzelf te belasten. En er liep nog een zaak tegen deze medeverdachte die kennelijk met die drugssmokkel te maken had. Vidgen had zonder succes zijn veroordeling tot aan de Hoge Raad aan toe aangevochten. De Hoge Raad vond dat er voldoende steunbewijs was. De Advocaat-Generaal van de Hoge Raad vond van niet en kwam tot de slotsom dat de veroordeling van Vidgen in beslissende mate berustte op de verklaringen van medeverdachte M., zonder dat Vidgen in de gelegenheid was gesteld om M. te ondervragen. Daardoor was het ondervragingsrecht geschonden en was er geen sprake meer van een eerlijk proces. Kort na […]