augustus 4, 2016

Europese Hof legt persvrijheid aan banden

Het EHRM legt de persvrijheid meer en meer aan banden. Ik heb het dan over berichtgeving in strafzaken. Altijd al een smeuïg onderwerp voor menig journalist. Het spreekt tot de verbeelding, krikt de oplagecijfers c.q. kijkcijfers omhoog en kennis van zaken lijkt nauwelijks een rol van betekenis te spelen. Al ruim voordat de rechter zich op de zitting over de strafzaak heeft gebogen, wordt de zaak in de pers breed uitgemeten. Sporadisch komt een deskundige aan het woord. Meestal gaat het dan om deskundigen die door ingewijden niet echt serieus worden genomen. Waar het om gaat is dat die deskundige in staat is om in een paar pakkende volzinnen de zaak te simplificeren. Dergelijke simpele zielen zijn zeldzaam, maar in de kaartenbak van de journalist bekleden ze een vooraanstaande positie. De kwadratuur van het simplisme. Er kleven tal van gevaren aan deze vorm van journalistiek. En in toenemende mate stelt het EHRM er grenzen aan. Een goed voorbeeld is de zaak Bédat vs Switzerland, waar de Grand Chamber van het Europese Hof een unieke en (bewust?) onderbelichte uitspraak heet gedaan. De zaak dateert van 29 maart 2016 (application number 56925/08). Terwijl het (vertrouwelijke) opsporingsonderzoek nog volop gaande was, publiceerde Bédat […]
november 19, 2014

Het eindspel in de zaak Demmink

Hoewel het strafrechtelijk onderzoek nog lang niet is afgerond, lijkt de zaak Demmink een finaal stadium te hebben bereikt. Op 16 december volgt de uitspraak in de door Demmink tegen het AD aangespannen civiele procedure, waarin de Stichting De Roestige Spijker een hoofdrol voor zich opeiste, maar waarbij het in essentie gaat om de vraag of het AD een artikel over Demmink moet rectificeren. En het strafrechtelijk onderzoek naar verkrachting waartoe de rechter het OM min of meer dwong staat in de steigers, al zijn de aangiftes van twee Turkse jongens die beweren dat zij door Demmink zijn verkracht niet onderzocht. Volgens het OM liggen er rechtshulpverzoeken en is het wachten op het fiat van de Turkse autoriteiten. Of die erg inschikkelijk zijn, waag ik te betwijfelen. Zeker als de zaak Demmink in politieke zin samenhangt met de veroordeling van Baybasin (daarover binnenkort meer). Overigens is het strafrechtelijk onderzoek naar de seksuele escapades van Demmink gaandeweg uitgebreid. En wel zodanig dat eigenlijk in zijn algemeenheid wordt onderzocht of Demmink zich in strafrechtelijke zin heeft vergrepen aan minderjarigen. Laten we beginnen bij de beschikkingen van het Hof. Op 20 januari 2014 beval het Hof ’s Hertogenbosch de vervolging van Demmink. Die […]
mei 16, 2014

Belabberde wetgeving en sjoemelende rechters

Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, hekelt de wijze waarop politici vanuit hun behoefte om snel te scoren en een daadkrachtige indruk te maken, soms slordige en ondoordachte wetgeving opstellen, die niet strookt met de normen en waarden van onze rechtsstaat. Als voorbeeld noemt hij het wetsvoorstel om mensen direct op te sluiten als de rechter ze heeft veroordeeld tot minimaal een jaar gevangenisstraf, ook als ze in hoger beroep gaan en wellicht alsnog worden vrijgesproken. Een goed voorbeeld omdat het voorstel strijdig is met de onschuldpresumptie. Een presumptie die stoelt op de gedachte dat iemand die niet onherroepelijk is veroordeeld, voor onschuldig moet worden gehouden. Zo iemand is verdachte en geen veroordeelde. Het wetsvoorstel is het zoveelste product van het regenteske duo Opstelten en Teeven, dat in een mum van tijd de toch al toch al minimale rechtsstatelijke (wat is dat trouwens?) status die ons land zo schijnheilig en krampachtig probeert op te houden, om zeep heeft geholpen.
maart 11, 2014

De zaak Karaman: ongelijktijdige berechting en onschuldpresumptie

In de zaak Karaman draait het om de vraag hoe de ongelijktijdige berechting van medeverdachten zich verhoudt tot de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Toen Karaman in Duitsland voor de rechter moest verschijnen waren de medeverdachten al veroordeeld en werd in het vonnis de rol van Karaman belicht. Dat moest ook wel omdat het bewijs tegen een van de medeverdachten daarop leunde. Geen wonder dat Karaman meende dat hij geen schijn van kans had. Eigenlijk lag zijn veroordeling immers al besloten in de bewijsmotivering van de zaak tegen de medeverdachten? En dus ging Karaman nadat hij in Duitsland was “uitgeprocedeerd” naar Straatsburg en klaagde over schending van de onschuldpresumptie. Dergelijke situaties doen zich ook in Nederland met grote regelmaat voor. Gelijktijdige berechting van medeverdachten is niet altijd mogelijk. Dat wringt, vooral bij artikel 140 Sr. De leden van de criminele organisatie worden vaak al met naam en toenaam in de tenlastelegging genoemd en bij een veroordeling van de verdachten die op dat moment terecht staan, is het vaak onvermijdelijk om in het vonnis ook melding te maken van de mate van betrokkenheid van de verdachte die nog voor moet komen. Daarbij past voorzichtigheid, zegt het EHRM in de zaak […]