september 23, 2015

Het liquidatieproces en de onaantastbare kroongetuige

Het liquidatieproces, ook wel Passage genoemd, illustreert in toenemende mate hoe ver ons strafrechtssysteem verwijderd is van wat een fair trial in de zin van artikel 6 EVRM hoort te zijn. De verdediging wordt in wezen nagenoeg buiten spel gezet, de rechter is door de wetgever aan de zijlijn geparkeerd en het OM kan doen en laten wat het wil. De tussenbeschikking van het Hof Amsterdam op 21 september jl. (ECLI:NL:GHAMS:2015:3882)is de zoveelste akte in een “toneelstuk” waarvan de afloop al bekend lijkt te zijn. In deze beschikking gaat het vooral over de bescherming van kroongetuigen. En die die kroongetuigen vervullen een cruciale rol in dit slepende en fragmentarische proces. Want vooral op basis van de verklaringen van kroongetuige Peter la S. is een aantal verdachten tot langdurige gevangenisstraffen veroordeeld. Sommigen kregen zelfs levenslang.
maart 24, 2015

De derde deal van Teeven

Er is iets zeer merkwaardigs aan de hand. Om te beginnen met de eerste deal tussen Teeven en Cees H.. Die uit 1998. In de voor akkoord getekende verklaring van 22 juni 1998 staat onder punt 4 dat het parket Amsterdam “positief zal adviseren” op een ingediend gratieverzoek. Niets mis mee. Want het OM adviseert altijd over een gratieverzoek. Een advies dat niet bindend is. Over gratie beslist de Koning na advies te hebben ingewonnen bij het OM en de rechters. Bij voorkeur de magistraten die destijds bij de veroordeling betrokken waren. In de praktijk wordt de beslissing genomen door ambtenaren van het Ministerie van Justitie. Zo heette dat destijds nog. Maar onder punt 6 van de overigens ook tekstueel opvallende overeenkomst staat “Een beslissing op een ingediend gratieverzoek zal onverwijld worden genomen”. Vreemd. Dat is toch het prerogatief van de Koning, lees het ministerie. Het OM staat daar buiten? Sterker nog: in de destijds geldende Richtlijn “deals met criminelen” was een gratiezegging zelfs uit den boze.