oktober 10, 2018

De wraking gewraakt

Op 25 september 2018 wees de Hoge Raad een arrest waarin regels worden gesteld voor de wraking als middel om partijdige rechterlijke beslissingen te voorkomen. Die regels snoeren het gebruik van dat middel in. Kennelijk heeft de Hoge Raad genoeg van de vloedgolf van wrakingsverzoeken, die in de ogen van menigeen vooral bedoeld zijn om de behandeling te vertragen. Misbruik van recht, zou je kunnen zeggen. Maar de uitspraak wordt, zo meen ik, door menig jurist misverstaan. Daarom is enige opheldering vereist. In de zaak ging het niet om wraking van de zittingsrechter, maar om wraking van de wrakingskamer. Het verzoek om wraking van die kamer werd “buiten behandeling gesteld” omdat het naar het oordeel van de wrakingskamer niet was bedoeld om de partijdigheid van de wrakingskamer aan de kaak te stellen, maar om uitstel te krijgen. En daarvoor is wraking niet bedoeld. En dat niet alleen: een voortvarende behandeling is ook in het belang van de verdachte, die immers onder de druk van een strafvervolging staat. Behandeling binnen een redelijke termijn eist soms zijn tol. De wrakingskamer van het Hof ging zelfs nog verder door te overwegen: “Vanwege dit misbruik zal de wrakingskamer tevens bepalen, dat volgende wrakingsverzoeken tegen […]
oktober 13, 2017

Een advies met grote gevolgen voor de praktijk

Niet zelden blijft de wetgever in gebrek bij het ontwerpen van een regeling die een technisch-juridisch ingewikkelde materie betreft. Een voorbeeld hiervan is de regeling die wordt gebruikt om een verdachte die een dadelijk uitvoerbare voorwaarde heeft overtreden, hangende het hoger beroep voor de rechter te brengen om de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te bevelen. Mag een rechter de vrijheidsbeneming van een verdachte bevelen op basis van een vonnis dat niet onherroepelijk is? Over die – ook voor de praktijk – belangrijke rechtsvraag heeft AG Knigge onlangs een doorwrocht advies geschreven, dat menig praktijkjurist zich eigen zou moeten maken. Dat advies heeft de juridische status van een vordering tot cassatie in het belang der wet. Het is dus “ook” voorlopig. De Hoge Raad kan er anders over denken. Maar dat zou mij verbazen. Zijn advies is meer dan verdedigbaar. Het is overtuigend en de Hoge Raad zal het volgen. De vordering is gericht tegen een beslissing van de rechtbank Gelderland van 2 februari 2016 waarbij de gedeeltelijke tenuitvoerlegging is gelast van een eerder door diezelfde rechtbank grotendeels voorwaardelijk opgelegde straf, te weten jeugddetentie. Om misverstanden te vermijden dient voorop te worden gesteld dat het slechts ten dele de bevoegdheid van […]