Beveiligd: De ‘perjury trap” als opsporingsmiddel
maart 2, 2018
Beperking ambtshalve toetsing Hoge Raad bij verjaring
november 2, 2018
Show all

Op 25 september 2018 wees de Hoge Raad een arrest waarin regels worden gesteld voor de wraking als middel om partijdige rechterlijke beslissingen te voorkomen. Die regels snoeren het gebruik van dat middel in. Kennelijk heeft de Hoge Raad genoeg van de vloedgolf van wrakingsverzoeken, die in de ogen van menigeen vooral bedoeld zijn om de behandeling te vertragen. Misbruik van recht, zou je kunnen zeggen. Maar de uitspraak wordt, zo meen ik, door menig jurist misverstaan. Daarom is enige opheldering vereist.

In de zaak ging het niet om wraking van de zittingsrechter, maar om wraking van de wrakingskamer. Het verzoek om wraking van die kamer werd “buiten behandeling gesteld” omdat het naar het oordeel van de wrakingskamer niet was bedoeld om de partijdigheid van de wrakingskamer aan de kaak te stellen, maar om uitstel te krijgen. En daarvoor is wraking niet bedoeld. En dat niet alleen: een voortvarende behandeling is ook in het belang van de verdachte, die immers onder de druk van een strafvervolging staat. Behandeling binnen een redelijke termijn eist soms zijn tol. De wrakingskamer van het Hof ging zelfs nog verder door te overwegen:

“Vanwege dit misbruik zal de wrakingskamer tevens bepalen, dat volgende wrakingsverzoeken tegen de wrakingskamer eveneens buiten behandeling zullen blijven.”

 In het arrest maakt de Hoge Raad van de gelegenheid gebruik om het middel wraking juridisch te omlijsten. Uitgangspunt daarbij is dat de te beantwoorden rechtsvraag niet ziet op de wraking van een zittingsrechter en dus ook niet op het “buiten behandeling laten” van een dergelijk verzoek in geval van (vermeend) misbruik.  Op zichzelf is dat juist. De wetssystematiek brengt mee dat art. 515 Sv is geschreven voor de wraking van een zittingsrechteren het vierde lid bepaalt dat in geval van misbruik een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.  Dat leidt tot twee opties:

  1. Een verzoek tot wraking van een zittingsrechter leidt tot een gemotiveerde beslissing van de wrakingskamer. Tegen die beslissing kan middels het aanwenden van een rechtsmiddel worden geageerd.
  1. Als de wrakingskamer van mening is dat het van het middel wraking misbruik is gemaakt, kan de wrakingskamer bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Ook daartegen zal dus door middel van een rechtsmiddel moeten worden gereageerd.

Waar het gaat om de wraking van de wrakingskamer is hetzelfde art. 515 Sv van toepassing. De wetgever heeft – terecht – niet in een afzonderlijke regeling voorzien. Maar daardoor ontstaan wel fricties. In het bijzonder het eerdergenoemde vierde lid zorg voor afstemmingsproblemen. Daarin wordt het “niet in behandeling nemen” immers gekoppeld aan een “volgend verzoek”. Strikt genomen vloeit daaruit voort dat die mogelijkheid dus niet van toepassing is op het “eerste” wrakingsverzoek van de wrakingskamer.

De Hoge Raad heeft deze ogenschijnlijke kortsluiting voorkomen door te bepalen dat ook het verzoek tot wraking van de wrakingskamer “buiten behandeling kan worden gelaten” omdat het misbruik van dat verzoek impliceert dat het niet gaat om een verzoek als bedoeld in art. 512 Sv. En dus is er per definitie ook geen volgend verzoek. De Hoge Raad bouwt hier als het ware voort op art. 513 Sv en schept op die manier een eigen juridisch kader voor de behandeling van verzoeken tot wraking van de wrakingskamer.

In essentie heeft de wrakingskamer dus vrij spel. Een verzoek tot wraking van de zittingsrechter en van de wrakingskamer kan buiten behandeling worden gelaten als er sprake is van misbruik. De vraag rijst of de Hoge Raad hierin niet te ver doorschiet. Dat er misbruik wordt gemaakt van het middel dat wraking heet lijdt geen twijfel, maar het kan en mag niet zo zijn dat wraking buiten spel wordt gezet. Het is een belangrijk middel om rechterlijke partijdigheid te voorkomen. Uiteraard kan een rechtsmiddel worden aangewend. Maar in ons strafvorderlijk systeem biedt zeker cassatie bitter weinig handvatten om rechterlijk misbruik van de mogelijkheid om een wrakingsverzoek buiten behandeling te laten te voorkomen.

Misschien dat het EHRM daar ook zo over denkt!

Copyright@Wedzinga2018