De dood van Mitch Henriquez en de redelijke toerekening

Beveiligd: The unmasking of Donald Trump (1): De merkwaardige zelfmoord van Peter Smith
november 8, 2017
Show all

 

De video geeft een redelijk accuraat beeld van de gang van zaken tijdens en na de arrestatie van Mitch Henriquez. We zijn inmiddels een tijd verder. Weliswaar moet de rechtbank nog het vonnis vellen, maar de zaak wordt inmiddels behandeld en het Openbaar Ministerie heeft zijn eis geformuleerd. Die eis luidt dat de  rechtbank toepassing geeft aan art. 9a Wetboek van Strafrecht. Dat komt erop neer dat de agenten worden schuldig verklaard, maar dat geen straf of maatregel wordt toegepast. Deze in de ogen van velen te milde strafeis, berust op het feit dat het Openbaar Ministerie van mening is dat de agenten zich schuldig hebben gemaakt aan mishandeling en dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de dood van Henriquez. Geen doodslag dus, ook geen dood door schuld en zelfs geen (zware) mishandeling de dood ten gevolge hebbende. Het Openbaar Ministerie achtte “slechts” mishandeling bewezen. De agenten zouden disproportioneel geweld hebben gebruikt, maar het overlijden van Henriquez was het gevolg van een acute stress stoornis, die volgens enkele deskundigen ook door de enkele aanhouding en het verzet en dus zonder het gebruik van geweld “kon” zijn veroorzaakt. Het woord “kon” heb ik tussen aanhalingstekens gezet. Niet voor niets, zoals verderop zal blijken. Het rapport van de deskundige van het NFI werd door het Openbaar Ministerie terzijde geschoven. Het hoe en waarom blijft in het midden. Misschien is het de macht van het getal. Het is ook moeilijk oordelen in dit soort zaken, wanneer deskundigen elkaar in meer of mindere mate tegenspreken. Deskundigen worden geacht meer duidelijkheid te verschaffen. Niet zelden is het tegendeel echter het geval. En dan kan het neerkomen op een kwestie van “shoppen”. Daar kan een buitenstaander raar tegenaan kijken. Maar ga er maar aan staan.

De zaak heeft veel aandacht gekregen en over de eis is reeds nu veel te doen geweest. Saskia Belleman heeft er een goed te lezen artikel over geschreven en komt tot de slotsom dat de redenering van het Openbaar Ministerie “onnavolgbaar” is omdat de deskundigen het “over één ding wel roerend eens eens waren: zonder dat politiegeweld was Mitch Henriquez niet gestorven”. Als die redenering wordt gevolgd komt, kom je uit bij Adam en Eva. Als die er niet waren geweest …Etc.. Als Henriquez niet was geboren… Etc… Nee, de vraag of de dood het “gevolg” is geweest van de mishandeling door de agenten ligt gecompliceerder. Dat komt omdat er een aantal factoren in het spel was en het de vraag is of het disproportionele, excessieve en onnodige politiegeweld in de reeks van gebeurtenissen een dusdanige rol heeft gespeeld dat het redelijk is om de dood aan de agenten toe te rekenen.

Er was een nekklem ingezet en dat is in dit geval te gek voor woorden, want dat kan levensgevaarlijk zijn. Daarover is iedereen het eens. Maar, als gezegd, zou die dood ook kunnen worden verklaard door een acute stress stoornis en daarbij hoefde, volgens de deskundigen, het geweld geen rol te hebben gespeeld. Hoe groot die kans is, weet ik niet. Maar voor het Openbaar Ministerie is die geschetste mogelijkheid al voldoende om te oordelen dat er geen “direct verband” is tussen dat geweld en de dood. Juridisch gezien moet dat aldus worden begrepen dat het geweld volgens het Openbaar Ministerie geen “noodzakelijke factor” is geweest in de keten van gebeurtenissen die tot de dood hebben geleid en dat het “verband” tussen dat geweld en de dood ontbreekt. Niet het geweld, maar de acute stress stoornis zou de oorzaak zijn van de dood. Het zou daarom niet redelijk zijn om de dood van Henriquez aan de agenten toe te rekenen. En dus werd de eis gebaseerd op “eenvoudige” mishandeling (art. 300 Sr). Omdat de agenten al genoeg waren bestraft, volstond het OM met de eis om toepassing van art. 9a Sr.

Het Openbaar Ministerie gaat hier te kort door de bocht. De redenering gaat uit van een verkeerde premisse, loopt vervolgens langs twee niet of nauwelijks te onderscheiden hoofdlijnen en denatureert de conclusies van de deskundigen. Wat het eerste betreft: Uiteraard is het vaststellen van de doodsoorzaak van groot belang. Ook al zou er sprake zijn geweest van een acute stress stoornis en ook al zou het geweld niet per se tot die stoornis hebben geleid, dan nog is het geen uitgemaakte zaak dat het niet redelijk is om het overlijden van de arrestant aan het uitgeoefende politiegeweld toe te rekenen.

Uit het persbericht van het Openbaar Ministerie komt een beeld naar voren dat bepaald geen juridisch doordachte indruk maakt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee doodsoorzaken: 1. Het geweld 2. De acute stress stoornis. De vraag is dan welke van de twee de dood heeft veroorzaakt. Alsof het een niet met het ander te maken kan hebben! Het lijkt mij voor de hand te liggen dat er een wisselwerking kan bestaan tussen het uitgeoefende geweld en de acute stress stoornis. Dat laatste wordt, als ik het goed heb begrepen, ook niet door de “uitverkoren” deskundigen uitgesloten. Om het nog verwarrender te maken lijkt het Openbaar Ministerie ook onderscheid te maken tussen de aanhouding en het geweld. De acute stress stoornis zou door de aanhouding en het verzet kunnen zijn veroorzaakt. Maar die aanhouding kan niet goed los worden gezien van het bij die aanhouding uitgeoefende geweld. Het geweld was bovendien wel erg fors. Zo werd een nekklem toegepast en dat kan levensgevaarlijk zijn. In bepaalde staten in (bijv.) de VS is het daarom zelfs verboden en er wordt ook niet op getraind door de Nederlandse politie. Het Openbaar Ministerie lijkt de aanhouding en het geweld los te koppelen. Dat lijkt mij ongerijmd. Zeker in het licht van het feit dat als de agenten zo gewelddadig tekeer gaan, dat -dunkt mij- enorm veel stress bij Henriquez kan hebben veroorzaakt.

Causaliteit is een ingewikkeld leerstuk. Wanneer is het “redelijk” om een verdachte verantwoordelijk te houden voor het gevolg? Die vraag speelt vooral in zaken waarin niet zonder meer worden vastgesteld dat een gedraging van de verdachte in de keten van gebeurtenissen een noodzakelijke factor is geweest voor het ingetreden gevolg. En zo’n zaak doet zich hier voor. Waar verschillende factoren van belang kunnen zijn geweest, ontstaan bewijsproblemen. Problemen die vaak in de hand worden gewerkt wanneer verschillende deskundigen tot uiteenlopende conclusies komen. Op dit punt veroorloof ik mij de opmerking dat vooral de rechter in een moeilijke positie verkeert. De verdediging wordt geacht te doen aan “cherry picking” en zal het belang van de verdachte voorop stellen. Niets mis mee. Is ook de taak van de verdediging. Het Openbaar Ministerie wordt geacht magistratelijk te handelen, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het Openbaar Ministerie in bepaalde gevallen een doelredenering hanteert. En zeker, zoals Saskia Belleman terecht constateert, in zaken waarin politieagenten op het matje moeten verschijnen. Dat lijkt mij ook hier het geval te zijn.

Het woord is nu aan de rechtbank en die zal zich, naar ik aanneem, oriënteren op de rechtspraak van de Hoge Raad. Uit die rechtspraak kan worden afgeleid dat van belang kan zijn of in de gegeven omstandigheden de gedraging van de verdachte naar haar aard geschikt is om dat gevolg teweeg te brengen en bovendien naar ervaringsregels van dien aard is dat zij het vermoeden wettigt dat deze heeft geleid tot het intreden van het gevolg (vgl. HR 20 september 2005, LJN AT8303, NJ 2006/86, rov. 3.5). Daarbij kan naar geldend recht ook worden betrokken in hoeverre aannemelijk is geworden dat ten verwere gestelde andere, niet aan de gedraging van de verdachte gerelateerde oorzaken hoogstwaarschijnlijk niet tot dat gevolg hebben geleid. Zou dat laatste aanleiding kunnen zijn om de zaak aan te houden en een of meerdere deskundigen, hierover een oordeel te vragen?

Uiteindelijk zal de rechtbank moeten vaststellen of het geweld een “onmisbare schakel” kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid en dat aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt. Of en wanneer sprake is van een dergelijke aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid, zal dus afhangen van de concrete omstandigheden van het geval. Bij de beoordeling daarvan kan als hulpmiddel dienen of in de gegeven omstandigheden de gedraging van de verdachte naar haar aard geschikt is om dat gevolg teweeg te brengen en bovendien naar ervaringsregels van dien aard is dat zij het vermoeden wettigt dat deze heeft geleid tot het intreden van het gevolg (vgl. HR 20 september 2005, LJN AT8303, NJ 2006/86, rov. 3.5). Daarbij kan ook worden betrokken in hoeverre aannemelijk is geworden dat ten verwere gestelde andere, niet aan de gedraging van de verdachte gerelateerde oorzaken hoogstwaarschijnlijk niet tot dat gevolg hebben geleid.

Geen gemakkelijke opgave voor de rechtbank. Persoonlijk zou ik als rechter wat meer informatie willen hebben over die wat vage “aandoening” die onder het etiket “acute stress stoornis” schuilgaat. Mij is weinig bekend over de medische antecedenten van Henriquez, maar ik heb gelezen dat het een gezonde man was. Mogelijk kan dat ook een rol spelen. Hoewel ik op het eerste gezicht ertoe neig om de agenten wel verantwoordelijk te achten voor de dood van Henriquez, wil ik ervoor waken om die dood in de schoenen van de agenten te schuiven louter en alleen omdat zij als “gekken” tekeer gingen. Die verleiding is groot, maar als rechter heb je daaraan weerstand te bieden.

Wordt vervolgd.

Copyright@Wedzinga2017