Het eindspel in de zaak Demmink

Volgen en verstoren
november 14, 2014
Rechtsbijstand advocaat aan niet aangehouden verdachten
november 28, 2014
Show all

Hoewel het strafrechtelijk onderzoek nog lang niet is afgerond, lijkt de zaak Demmink een finaal stadium te hebben bereikt. Op 16 december volgt de uitspraak in de door Demmink tegen het AD aangespannen civiele procedure, waarin de Stichting De Roestige Spijker een hoofdrol voor zich opeiste, maar waarbij het in essentie gaat om de vraag of het AD een artikel over Demmink moet rectificeren. En het strafrechtelijk onderzoek naar verkrachting waartoe de rechter het OM min of meer dwong staat in de steigers, al zijn de aangiftes van twee Turkse jongens die beweren dat zij door Demmink zijn verkracht niet onderzocht. Volgens het OM liggen er rechtshulpverzoeken en is het wachten op het fiat van de Turkse autoriteiten. Of die erg inschikkelijk zijn, waag ik te betwijfelen. Zeker als de zaak Demmink in politieke zin samenhangt met de veroordeling van Baybasin (daarover binnenkort meer). Overigens is het strafrechtelijk onderzoek naar de seksuele escapades van Demmink gaandeweg uitgebreid. En wel zodanig dat eigenlijk in zijn algemeenheid wordt onderzocht of Demmink zich in strafrechtelijke zin heeft vergrepen aan minderjarigen.

Laten we beginnen bij de beschikkingen van het Hof. Op 20 januari 2014 beval het Hof ’s Hertogenbosch de vervolging van Demmink. Die vervolging wordt bevolen zonder dat het Hof de dagvaarding gelast, het geen in het kader van art. 12 e.v. Sv ook mogelijk was geweest. Daaruit kan een zekere reserve worden afgeleid. Zo werd tegen Wilders destijds vervolging en dagvaarding bevolen. Middels een gerechtelijk vooronderzoek moet worden onderzocht of Demmink medio 1996 twee Turkse jongetjes in zijn hotelkamer heeft verkracht. Die jongetjes waren destijds 12-13 respectievelijk 14 jaar oud. Ze waren geronseld als prostituee, maar omdat de strafvervolging wegens overtreding van de artt. 245 Sr en 246 Sr was verjaard, restte het Hof niets anders dan het onderzoek te focussen op art. 242 Sr. En de bewijslast daarvan is bijzonder zwaar.

Zo beweert Demmink voor het laatst in 1994 in Turkije te zijn geweest. Eerst zijn de agenda’s van hem zoek, maar later duiken de met tipp-ex bewerkte exemplaren op. Dat pleit, hoe vreemd het ook klinkt,  voor Demmink, tenzij er een enorme “sting” achter zit. Want deskundigen kunnen de tipp-ex makkelijk deduceren. Het zou wel buitengewoon dom en amateuristisch zijn wanneer Demmink zich op die manier in de voet schiet. Een strafvorderlijk gezien vervuilende factor is het onderzoek dat door Langendoen (voormalig chef van de Criminele Inlichtingendienst Kennemerland en later privé onderzoeker) is uitgevoerd. Hij heeft als burger stelselmatig informatie ingewonnen en dat is op grond van art. 126 j Sv in beginsel voorbehouden aan opsporingsambtenaren. Het staat ook minst genomen op gespannen voet met de artt. 126v. e.v. Sv. Een vorm van eigenrichting die gepaard gaat met een tamelijk forse inbreuk op de privacy. Verricht door iemand die niet met opsporing is belast. De vraag is bovendien of degenen die hij heeft gecontacteerd nog wel onbevangen kunnen verklaren. Zo heeft hij aan de slachtoffers foto’s van Demmink laten zien en de identificatie op video opgenomen. Maar is dat wel volgens de regelen der kunst gegaan? Heeft hij die personen beïnvloed?

Wanneer het tot dagvaarding komt, is het echter vermoedelijk niet eens nodig om ingewikkelde strafvorderlijke verweren en excepties te voeren.  Ook al zou worden bewezen dat Demmink wel in die periode in Turkije was, zegt dat weinig. Behalve dan dat Demmink niet de waarheid heeft gesproken en vermoedelijk zelfs heeft gelogen en dus wat uit te leggen heeft. Daar verzint hij wel wat op.  Maar de vraag is of het bewijs van verkrachting wel rond te krijgen is.  Zo moet worden bewezen dat er sprake is van afgedwongen geslachtsgemeenschap. Het zou op de hotelkamer zijn gebeurd en ik neem aan dat er geen derden aanwezig waren. Dan is het het woord van de een tegen het woord van de ander. Dat wordt onherroepelijk een vrijspraak als het OM al niet besluit de verkrachtingszaken te seponeren. En die ruimte heeft het OM van het Hof gekregen. Ik neem aan welbewust!

De vrienden van de Pinocchiobar in Praag konden Demmink echter wel eens nekken. En dat komt omdat de zedelijkheidswetgeving in 2002 en 2004 tamelijk ingrijpend is gewijzigd en wel in die zin dat de strafbaarheid is uitgebreid. In het navolgende ga ik er van uit dat de jurisdictie geen problemen oplevert (dubbele strafbaarheid).

Bij Wet van 13 juli 2002, Stb. 388 (i.w.tr. 1 oktober 2002) is art. 247 Sr (ontucht met kinderen) en bij Wet van 9 december 2004, Stb. 2004, 645 (i.w.tr. 1 januari 2005) zijn de artt. 248 (strafverzwaringsgronden), 248a (verleiding) en 248b (jeugdprostitutie), geïntroduceerd. Het Hof kon bij zijn vervolgingsbeschikking niet op deze strafbepalingen terugvallen vanwege het verbod van terugwerkende kracht (art. 1 lid 1 Sr). Deze strafbepalingen bieden aanmerkelijk meer mogelijkheden dan art. 242 Sr en het wordt dus zaak om precies te achterhalen wat zich na 2002 en 2004 heeft afgespeeld. Was Demmink in die periode in de Pinocchiobar? Is hij zich in Nederland te buiten gegaan? Want die zaken in Turkije zijn kansloos. Mogelijk is dat de reden dat het OM niet erg gretig lijkt om die zaken uit te zoeken.

Daarbij bieden de artt. 247 en 248 b Sr de meeste mogelijkheden. Wanneer het slachtoffer nog geen zestien jaar oud is, kan art. 247 Sr in stelling worden gebracht. Van dwang hoeft dan geen sprake te zijn en ook ander vormen van seks dan geslachtsgemeenschap zijn van toepassing. Dat misdrijf verjaart twaalf jaar (art. 70 lid 1 sub 3 Sr) na de dag waarop het slachtoffer 18 jaar is geworden (art. 71 sub 3 Sr). Als de slachtoffers, en daar lijkt het op, zich (min of meer) lieten prostitueren, komen de artt. 248a en 248b Sr in beeld. Ook hierbij geldt en verjaringstermijn van twaalf jaar die begint te lopen op het in art. 71 sub 3 Sr genoemde tijdstip.

Het probleem bij toepassing van art. 248a Sr is het feit dat de leeftijd – het moet gaan om personen die nog geen 18 jaar oud zijn – niet is geobjectiveerd (“weten” en “redelijkerwijs moet vermoeden”). Demmink dus kan stellen dat hij zich in de leeftijd heeft vergist. Een verweer dat overigens doorgaans wordt verworpen. In de delictsomschrijving van art. 248b Sr (jeugdprostitutie) is de leeftijd (16 en 17 jarigen) weer wel geobjectiveerd, terwijl ook het element “dwang” ontbreekt.

Al met al zal het opsporingsonderzoek zich vooral moeten richten op gebeurtenissen na 2002 en 2004. Dan nog is het een hele klus om na zoveel tijd getuigen annex slachtoffers te traceren en het bewijs rond te krijgen. Zeker in een wereld die zonder meer als uiterst gevaarlijk kan worden gekenschetst. Dat er een pedofielennetwerk in Nederland bestaat, lijkt mij niet voor redelijke twijfel vatbaar. De verhoren in de civiele zaak hebben wat mij betreft genoegzaam aangetoond dat hooggeplaatste personen daarvan deel uitmaken en dat zal een extra handicap worden. Want die personen hebben macht en kunnen en zullen daarvan gebruik maken. Denk alleen maar aan de wijze waarop het Rolodexonderzoek van binnenuit werd opgeblazen. Degenen die deel uitmaken van dit netwerk zullen elkaar de hand boven het hoofd houden en er niet voor terugdeinzen geweld te gebruiken. De politieke consequenties kunnen enorm zijn. Enkele ministers hebben hun lot verbonden aan dat van Demmink. Of Demmink deel uitmaakt van dit netwerk kan ik niet zeggen. Evenmin kan ik met zekerheid stellen dat hij strafbare feiten heeft gepleegd. Dat is mij te speculatief en voor mij staat de onschuldpresumptie voorop.

Misschien nog wel het kwaadst ben ik op de wijze waarop politie, justitie en de media dit jarenlang hebben gebagatelliseerd. Een regelrechte schande, passend in een hypocriet landje waar een kleine elite de dienst uitmaakt en de media steeds meer de eerste viool speelt. Het ergst zou zijn wanneer het onderzoek niets oplevert. Opstelten die zich op meer dan schandelijke manier met het onderzoek heeft bemoeid heeft eigenlijk bij voorbaat de uitkomst al besmet. Vriendjespolitiek, belangenverstrengeling, corruptie en klassenjustitie gaan in dit kikkerlandje hand in hand. Walgelijk!

Copyright@Wedzinga2014