Het “geheime” vonnis: De Telegraaf in de zaak De Deugd

Statistisch overzicht EHRM 1959-2012
november 22, 2013
De toetsing door de rechter-commissaris bij inzet criminele burgerinfiltrant
december 5, 2013
Show all

Op 13 november j.l. heeft de rechtbank Amsterdam vonnis gewezen in de zaak van – kortheidshalve – de familie De Deugd vs De Telegraaf. Om misverstanden te vermijden wijs ik er op dat het in deze zaak gaat om een procedure die namens de dochter en echtgenote van fotograaf Leo de Deugd tegen De Telegraaf was aangespannen. Bij vonnis van de voorzieningenrechter op 22 juli 2011 werd door de rechtbank al aannemelijk geacht dat “het artikel” onrechtmatig “is” jegens Leo de Deugd.  Op 17 februari 2012 hebben Leo de Deugd en De Telegraaf middels een vaststellingsovereenkomst een minnelijke regeling getroffen, waaraan uitvoering is gegeven. Hij is dan ook geen partij in deze procedure. Zijn echtgenote en dochter wel, omdat zij op dezelfde locatie waar de fotostudio was gevestigd, hun eenmanszaken dreven.

De voorgeschiedenis

In april 2010 schreef Koolhoven een artikel in De Telegraaf over fotograaf Leo de Deugd. De fotograaf zou in zijn fotostudio allerlei “gruwelijke” SM-achtige praktijken bedrijven. En dat ook nog eens middenin een moslimwijk, waarvan de bewoners dan ook ernstig geschokt waren. Ook in de website van De Telegraaf werd over de “praktijken” van Leo de Deugd geschreven. De Deugd werd op de slachtbank gelegd. Karaktermoord pur sang. 

Vlak na de publicatie maakte Rutger Castricum voor het weblog GeenStijl een reportage in de Rotterdamse buurt waar de studio van De Deugd gevestigd is. Castricum toonde aan dat het Telegraaf-artikel op cruciale punten niet klopte. En ook Zembla liet geen spaan heel van de bijdragen van Koolhoven.

In de fotostudio werden erotisch getinte foto’s gemaakt, o.a. voor opdrachtgever Sapph, met wie De Deugd in een zakelijk conflict was verwikkeld. Koolhoven onderhield nauwe betrekkingen met de eigenaar van Sapph, en er werd dan ook gespeculeerd over belangenverstrengeling. Koolhoven ontkent overigens het artikel te hebben verzonnen.

De Deugd voelde zich in zijn eer en goede naam aangetast, deed aangifte bij de politie en diende een klaagschrift in bij de Raad voor de Journalistiek. Het oordeel van de Raad voor de Journalistiek was niet mals: “Koolhoven heeft dit ‘nieuws’ doelbewust aan wijkbewoners meegedeeld. Kennelijk om een bepaalde -negatieve- reactie uit te lokken en op deze wijze nieuws te creëren.”

In de aflevering De chocoladeletters van De Telegraaf van Zembla uit september 2011 werd de betrouwbaarheid van een aantal Telegraafartikelen in twijfel getrokken, met name een aantal artikelen van de hand van Koolhoven. Het programma legde een verband tussen het artikel over fotograaf De Deugd en de nauwe betrekkingen die Koolhoven had met Sapph-eigenaar Rob Heilbron, die een juridisch conflict over auteursrechten had met De Deugd. Koolhoven schreef door de jaren heen vele positieve artikelen over Sapph.

Vervolgens werd Koolhoven op 21 september 2011 op non-actief gesteld. “In goed overleg”, zoals dat heet. Op 30 september was zijn laatste werkdag.

 

Het vonnis

Het vonnis is opmerkelijk omdat de rechtbank in niet mis te verstane bewoordingen verschillende publicaties van een journalist van De Telegraaf hekelt, waarin de locatie waar behalve een fotostudio ook twee eenmanszaken waren gevestigd, wordt gekwalificeerd als een waarin “gruwelpraktijken” worden uitgeoefend. Er zou sprake zijn van “sm en bondage” en er zouden “vleeshaken” worden gebruikt. En dat alles in een moslimwijk, waarvan bewoners dan ook “in shock” zouden verkeren.

De publicaties werden op 7 april 2010 zowel in de papieren als in de digitale versie van De Telegraaf geplaatst. De versies verschilden enigszins van elkaar, maar de strekking was identiek en alle bevatten onjuistheden. Diezelfde dag heeft de familie De Deugd op advies van de politie het pand verlaten, met medeneming van waardevolle spullen die anders mogelijk verloren zouden kunnen gaan.

De rechtbank overweegt hieromtrent:

“Zodoende heeft De Telegraaf, zonder dat daarmee een redelijk journalistiek doel werd gediend, de locatie met een op sensatiebeluste ondertoon in een negatief daglicht geplaatst. Het artikel heeft een opruiend karakter. De Telegraaf heeft daardoor in strijd gehandeld met het geen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en heeft aldus een norm overschreden”. 

Het verweer van De Telegraaf dat de artikelen uitsluitend de fotostudio van L. de Deugd betroffen en niet de eenmanszaken van zijn dochter en echtgenoot wordt door de rechtbank van tafel geveegd. Ook op dit punt is de overweging veelzeggend:

“De Telegraaf heeft voor lief genomen dat niet alleen de in de publicaties genoemde persoon (l. de Deugd, WW) daardoor wordt getroffen, maar eveneens anderen die in het pand op die concrete locatie werkzaam zijn”. 

Waarna de rechtbank tot de volgende slotsom komt:

“Samengevat luidt het oordeel dat De Telegraaf, door een opruiend artikel te plaatsen in de krant en op haar website met een breed publiek, in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat dat handelen aan haar kan worden toegerekend (hetgeen door haar ook is erkend) en dat zij aansprakelijk is voor de ten gevolge daarvan door De Deugd c.s. geleden schade”.

Die geleden schade wordt gesplitst in materiële en immateriële schade. Over de omvang van het eerste doet de rechtbank geen uitspraak. De schade moet nader bij staat worden opgemaakt. Omdat schade door vrees en angst krachtens artikel ^6:106 lid 1 BW, niet voor vergoeding in aanmerking komt, wordt de vordering tot vergoeding van die (immateriële) schade afgewezen.

Enkele overpeinzingen

We leven in een mediacratie. De bijkans ongecontroleerde macht van de media is groot. En die macht breidt zich steeds meer uit. Over bijv. de politiek, de rechterlijke macht. In programma’s worden zaken die onder de rechter zijn inhoudelijk belicht en soms permitteert de media zich zelfs om de opsporingstaak van politie en justitie over te nemen. In deze zaak zien we hoever de macht van de media strekt en hoe dubieus soms te werk wordt gegaan. Elke roep om controle wordt in de kiem gesmoord doordat journalisten zich beroepen op “persvrijheid”. Een roep die vergezeld gaat met de vraag of het niet eens tijd wordt om journalisten een wettelijk recht op bronbescherming te geven. Het is te veel van het goede. De machten zijn verschoven en de balans is zoek. De familie De Deugd (vader, echtgenote en dochter) zijn de dupe geworden van tendentieuze en onjuiste berichtgeving. En zij zijn niet de enigen.

 

Copyright@Wedzinga2013