april 12, 2017

De anonieme getuige, oproeping en motiveringsplicht

Soms is het strafrecht best wel ingewikkeld. De dogmatiek is in een rechtssysteem als het onze complex en de wetgever heeft de de loop van de jaren met name het strafvorderlijk systeem dusdanig ontregeld, dat de rechtszekerheid vaak ver te zoeken is. Een voorbeeld daarvan is de regeling van de getuige. Die regeling is mede of misschien zelfs vooral ingewikkeld geworden omdat we diverse soorten getuigen kennen. De bedreigde getuige, de anonieme getuige, de getuige-deskundige etc.. Soms overlappen deze rechtsfiguren elkaar. Een anonieme getuige kan iemand zijn die wordt bedreigd en wiens identiteit daarom verborgen moet blijven. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Het kan bijv. ook om een tipgever zijn -soms uit het criminele milieu – die door politie en justitie wordt afgeschermd. Verklaringen van anonieme getuigen roepen ingewikkelde vragen op. De eerste vraag is wat nou eigenlijk onder een “anonieme” getuige moet worden verstaan. Een andere en in in dit verband interessantere vraag is onder welke voorwaarden verklaringen van anonieme getuigen voor het bewijs mogen worden gebruikt. Een ieder zal begrijpen dat het gebruik van dergelijke verklaringen minst genomen op gespannen voet staat met het verdedigingsbelang. De verdachte heeft er recht op zich adequaat te kunnen verdedigen […]
februari 10, 2017

De travel ban van Trump in rechtsvergelijkend en politiek perspectief

Gisteren heeft het Court of Appeal in San Francisco de ‘travel ban’, ‘immigration ban’ of ‘muslim ban’ (er circuleren diverse etiketten voor het decreet van Trump) in scherpe bewoordingen de nek omgedraaid. Dat laatste is misschien te sterk uitgedrukt, want  strikt genomen ging het om een hoger beroep tegen de beslissing van een federal judge om dat decreet ‘nationwise’ te bevriezen. En dat hoger beroep beperkte zich tot de vraag of deze federale rechter de juiste procedurele weg had bewandeld. Er is veel over deze beslissing van het Hof te zeggen en nog meer over de vervolgstappen die kunnen worden gezet. Ik moet mij tot de hoofdlijnen beperken en zal een kort uitstapje maken naar Nederland. Want het gaat immers in de kern om het beveiligen van een land tegen terroristische aanslagen. En dat is een onderwerp dat helaas vele landen raakt. Tot nu toe is ons land gevrijwaard gebleven van dergelijke aanslagen. Of dat zo zal blijven is zeer de vraag. En wat als er dan een met het decreet van Trump vergelijkbare ‘wet’ wordt uitgevaardigd? Kan die de toets der kritiek doorstaan? Hoe moeten dan de juridische en politieke implicaties worden gewaardeerd?
februari 2, 2017

Het belang van het aanwezigheidsrecht

Een ogenschijnlijk simpele kwestie. Tenminste als je het Wetboek van Strafvordering raadpleegt en als exclusieve bron gebruikt. Er was beroep ingesteld, maar op de zitting waren verdachte noch zijn raadsvrouw aanwezig. Het Hof vroeg de griffier telefonisch contact op te nemen met het kantoor van de raadsvrouw. Niet beslist op telefonisch aanhoudingsverzoek van secretaresse van raadsvrouw. De griffier kreeg de secretaresse aan de lijn, die liet weten dat de zittingsdatum niet goed in de agenda van de advocate was vermeld. Vervolgens vroeg de secretaresse om aanhouding. Maar het Hof verleende verstek en negeerde dat verzoek. Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard. Hij had geen bezwaren opgegeven tegen de veroordeling door de rechtbank en het Hof zag geen aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen. Dat laatste lijkt op grond van het Wetboek van Strafvordering de aangewezen weg. De artt. 328 en 331 Sv – die in appel o.g.v. art. 415 Sv, van toepassing zijn, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. De verdachte en zijn advocaat kunnen om aanhouding verzoeken. Maar dan moeten zij uiteraard wel weten wanneer de zitting is. Dat hadden zij uiteraard kunnen weten, maar niet uitgesloten kan worden dat de foutieve agendering door de secretaresse is gemaakt. Hoe […]
januari 24, 2017

Het omzeilen van het taakstrafverbod

Het taakstrafverbod is de laatste tijd nogal in het nieuws. Dat komt omdat volgens sommige criticasters het in art. 22b lid 1 en lid 2 Sr vervatte verbod door rechters  wordt “omzeild” door naast een taakstraf een zeer beperkte onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Niet zelden wordt dan de taakstraf gecombineerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een dag. En eveneens komt het met enige regelmaat voor dat zelfs die ene dag niet wordt ten uitvoer gelegd. Volgens de criticasters gaat het niet aan om in geval van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven naast de taakstraf een dusdanig lage onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dat de gevangenisstraf als het ware in het niets oplost. Naar de letter genomen is er uiteraard geen sprake van “omzeilen”. Want artikel 22b lid 3 Sr zegt dat van het taakstrafverbod kan worden afgeweken indien naast de taakstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd. Maar waar art. 22b lid 1 Sr het heeft over een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en dat een “ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad”, ligt het als gezegd niet voor de hand om […]